Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep en in het incident tot schorsing
2.Feiten
3.De vorderingen
4.De beoordeling
voorbereidingen te treffenom met [minderjarige 1] te verhuizen. Het hof zal deze vordering echter afwijzen evenals de aan die vordering gekoppelde vordering om een dwangsom op te leggen. Het hof kan gelet op de huidige situatie op dit punt geen ordemaatregel meer treffen. Gebleken is immers dat de moeder inmiddels een huis in [plaats D] heeft gekocht met haar huidige partner. Op dit moment is dus geen sprake meer van voorbereidende handelingen en ook [minderjarige 1] is er inmiddels van op de hoogte dat de moeder met hem naar [plaats D] wil verhuizen. Naar het oordeel van het hof staat het de moeder vrij om een huis te [plaats D] te kopen en staat dit los van de vraag of zij van de rechtbank ook vervangende toestemming zal krijgen om met [minderjarige 1] te verhuizen naar [plaats D] . Voor zover de vader met zijn vordering onder II heeft beoogd te bereiken dat het de moeder wordt verboden om in een weekend samen met [minderjarige 1] in [plaats D] te verblijven, is die vordering evenmin toewijsbaar. Nog daargelaten of voor toewijzing van de vordering een toereikende wettelijke grondslag bestaat: het staat de moeder vrij om in het weekend dat [minderjarige 1] bij haar blijft (af en toe) met hem naar [plaats D] te reizen en daar tijd door te brengen met haar partner en haar andere kinderen, de beide halfbroers van [minderjarige 1] . Onvoldoende aannemelijk is geworden dat de sociale of -sportactiviteiten van [minderjarige 1] in [plaats B] daardoor onaanvaardbaar worden doorkruist.