In deze zaak stond de verdachte terecht voor openlijke geweldpleging en vernieling tijdens een demonstratie aan de Universiteit van Amsterdam tegen het geweld in Gaza. De politierechter sprak de verdachte vrij van één van de tenlastegelegde feiten, maar veroordeelde hem voor de overige feiten tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één voorwaardelijk.
Het hof heeft het hoger beroep van zowel de verdachte als het Openbaar Ministerie behandeld. Hoewel het hof de vrijspraak van feit 3 handhaaft voor het hoger beroep van de verdachte, verklaart het hem niet-ontvankelijk in dat hoger beroep. Het Openbaar Ministerie heeft onbeperkt hoger beroep ingesteld, waardoor feit 3 alsnog aan de orde bleef.
Het hof heeft de bewijsvoering aangevuld met de verklaring van de verdachte en de herkenning van de verdachte op meerdere foto’s, waarbij ook een vrouw die op de daderfoto stond werd herkend. De rechtbank en het hof achten de herkenning betrouwbaar en verwerpen het verweer van de verdachte.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vernielen van ten minste twee beeldschermen met grof geweld en heeft zich verzet tegen zijn arrestatie. Het hof benadrukt het fundamentele recht op demonstratie, maar stelt dat vernieling buiten die grenzen valt. Gezien de ernst van de feiten en de omstandigheden legt het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op, hoger dan de door het Openbaar Ministerie gevorderde straf.