Uitspraak
4 november 2025.
nietdoor de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen.
Gerechtshof Amsterdam
Op 4 november 2025 hield het Gerechtshof Amsterdam een terechtzitting in een strafzaak tegen verdachte, die niet aanwezig was en afstand had gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn. De raadsman van verdachte was wel aanwezig en was uitdrukkelijk gemachtigd om te verdedigen.
De advocaat-generaal vorderde dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep omdat geen schriftelijke grieven waren ingediend en ook geen mondelinge bezwaren werden opgegeven. Het hof constateerde dat er geen rechtens te respecteren belang was bij verder onderzoek van de zaak.
Op grond van artikel 416 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Hiermee werd het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk verklaard en werd de zaak niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en belang.