Uitspraak
21 oktober 2025.
Gerechtshof Amsterdam
Op 21 oktober 2025 vond er een openbare terechtzitting plaats bij het Gerechtshof Amsterdam, waar de enkelvoudige kamer onder leiding van raadsheer mr. N.A. Schimmel zitting had. De verdachte, geboren in 2004, was gedagvaard maar niet verschenen. De raadsheer constateerde dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze was betekend en verleende verstek tegen de niet verschenen verdachte. Tijdens de zitting werd opgemerkt dat er geen schriftuur houdende grieven was ingediend door of namens de verdachte, en er waren ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis opgegeven. De advocaat-generaal, mr. M.R. Witteveen, vorderde dat de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in het ingestelde hoger beroep. Het hof besloot het onderzoek te sluiten en terstond mondeling arrest te wijzen. In het arrest werd vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang was dat diende met enig onderzoek van de zaak, waardoor de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep, conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het arrest werd uitgesproken op dezelfde dag, 21 oktober 2025, tijdens de openbare terechtzitting.