Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
Wettelijke gemeenschap van goederen
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn in 2024 gescheiden. De rechtbank had eerder beslissingen genomen over de verdeling van vijf auto's, inboedel en bankrekeningen. Zowel man als vrouw zijn het niet eens met diverse beslissingen en zijn in hoger beroep gegaan.
De man stelt dat de vrouw kort voor de peildatum grote bedragen van haar bankrekening naar haar ouders heeft overgemaakt en deze heeft verborgen gehouden, waardoor zij haar aandeel in die bedragen verbeurt. Het hof oordeelt dat de vrouw opzettelijk gemeenschapsgeld heeft verzwegen en veroordeelt haar tot betaling van €27.000 aan de man. Verder beslist het hof dat één auto, de Mercedes Pagode, slechts voor de helft eigendom is van partijen en wijst het verzoek van de vrouw af om een bedrag van €310.331,08 van de man te vorderen wegens onvoldoende onderbouwing.
Daarnaast veroordeelt het hof de vrouw tot vergoeding van kosten die de man heeft gemaakt voor twee auto's, waaronder verzekeringspremies, wegenbelasting en stallingskosten. De overige beslissingen van de rechtbank worden bekrachtigd. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de vrouw tot betaling van €27.000 aan de man wegens verborgen bankbedragen, wijst het verzoek van de vrouw tot betaling van €310.331,08 af en wijzigt de verdeling van de Mercedes Pagode.