Uitspraak
21 oktober 2025.
Gerechtshof Amsterdam
Op 21 oktober 2025 vond er een openbare terechtzitting plaats bij het Gerechtshof Amsterdam, waar de enkelvoudige kamer onder leiding van raadsheer mr. N.A. Schimmel en griffier S. Ousrout de zaak behandelde. De verdachte, geboren in 1958, was niet verschenen op de zitting. De raadsheer stelde vast dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze was betekend en verleende verstek tegen de niet verschenen verdachte. Tijdens de zitting werd opgemerkt dat er geen schriftuur houdende grieven was ingediend door of namens de verdachte, en er waren ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis opgegeven.
De advocaat-generaal, mr. M.R. Witteveen, vorderde dat de verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard in het ingestelde hoger beroep. De advocaat-generaal legde zijn vordering voor aan het gerechtshof. Na het sluiten van het onderzoek verklaarde de raadsheer dat er terstond mondeling arrest zou worden gewezen. In het mondelinge arrest werd de vordering van de advocaat-generaal gehonoreerd. Het hof oordeelde dat de verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard in het hoger beroep, omdat er geen grieven waren ingediend en er geen rechtens te respecteren belang was dat een onderzoek van de zaak rechtvaardigde. Dit arrest werd uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 oktober 2025.