In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigd wat betreft de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van een vuurwapen in de openbare ruimte.
Het hof vernietigde echter de strafoplegging en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank had een gevangenisstraf van 240 dagen opgelegd, waarvan 187 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Het hof achtte deze straf onvoldoende gelet op de ernst van het feit en het strafblad van de verdachte, die meerdere eerdere veroordelingen heeft voor onder meer straatroven en geweldpleging.
Het hof legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden op, met aftrek van voorarrest. De verklaring van de verdachte over het verkrijgen van het wapen en het de-escaleren van een incident werd niet geloofd. Daarnaast werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een deel van de voorwaardelijke straf gedeeltelijk toegewezen, waarbij 120 dagen gevangenisstraf werd omgezet in een taakstraf van 240 uren. De overige vordering werd afgewezen vanwege de verlopen proeftijd en de medewerking van de verdachte.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 november 2025.