ECLI:NL:GHAMS:2025:3199
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking door verdachte
In deze zaak heeft verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 juli 2025. Het hoger beroep betrof de strafzaken onder parketnummers 15-102707-25 en 15-116044-25. Tijdens de terechtzitting op 23 oktober 2025 heeft het hof kennisgenomen van de intrekking van het hoger beroep door de verdachte middels een akte van 22 oktober 2025.
De advocaat-generaal heeft verzocht het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, hetgeen werd ondersteund door de raadsvrouw van verdachte en de vertegenwoordigers van de benadeelde partij en het slachtoffer. Het hof heeft vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij voortzetting van het hoger beroep.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 oktober 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking en gebrek aan belang.