In hoger beroep is het vonnis van de politierechter Amsterdam van 11 februari 2025 herzien. De verdachte werd bewezen verklaard op 8 november 2024 te Amsterdam opzettelijk 111,71 gram hennep te hebben vervoerd. Het hof verwierp het verweer dat zonder indicatieve test niet buiten redelijke twijfel vast te stellen is dat het om hennep ging, verwijzend naar de bewijsoverwegingen van de politierechter en het arrest van de Hoge Raad van 13 juni 2017.
De politierechter had een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met proeftijd en bijzondere voorwaarden opgelegd. Het hof wijzigde dit en legde eveneens een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op, maar zonder bijzondere voorwaarden, gelet op de positieve persoonlijke ontwikkeling van de verdachte, die sinds december 2024 fulltime werkt en sinds het bewezen feit niet meer met justitie in aanraking is gekomen.
Verder werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf en hechtenis gedeeltelijk toegewezen: de taakstraf van 30 uur of subsidiair 15 dagen hechtenis wordt gelast, maar de voorwaardelijke hechtenis van vier weken wordt afgewezen. Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft strafoplegging en tenuitvoerlegging en deed in die onderdelen opnieuw recht.