ECLI:NL:GHAMS:2025:327
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige in gezinshuis
De zaak betreft het hoger beroep van de grootouders tegen de beschikkingen van de rechtbank die een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een gezinshuis hebben verleend. De spoedmachtiging werd verleend op 10 juli 2024 voor vier weken, gevolgd door een machtiging tot uithuisplaatsing tot 28 april 2025.
De grootouders betwisten de spoedeisendheid en de noodzaak van de uithuisplaatsing, verwijzend naar vermeend gebrek aan onderzoek naar videobeelden die mogelijk geweld tonen en naar verbeterde omstandigheden na verhuizing. De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat er sprake was van een spoedeisende situatie vanwege aanwijzingen van verbaal en fysiek geweld, en dat eerdere minder ingrijpende hulpvormen onvoldoende resultaat hadden.
Het hof overweegt dat de spoedmachtiging noodzakelijk was ter bescherming van de minderjarige en dat de langdurige uithuisplaatsing gerechtvaardigd is gezien de verzwaarde opvoedbehoefte en de problematische thuissituatie bij de grootouders. De grootouders kunnen niet voldoen aan de opvoedbehoefte en bieden geen traumasensitief klimaat. Het hof wijst de verzoeken van de grootouders af en bekrachtigt de bestreden beschikkingen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtigingen tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een gezinshuis tot 28 april 2025 en wijst het hoger beroep van de grootouders af.