Uitspraak
1.1. De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.Feiten en procesverloop
4.Beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep
“het een kan niet zonder het ander, een hypotheek kan pas worden afgesloten als je een gevalideerd taxatierapport in handen hebt”. Vast staat dat de vrouw op 15 april 2025 nog niet beschikte over een gevalideerd taxatierapport met betrekking tot de waarde van de woning. Integendeel, uit de stukken en het verhandelde ter zitting komt naar voren dat de vrouw eerst op 11 maart 2025 aan de man heeft gevraagd toegang tot de woning te kunnen krijgen in verband met de door haar uit te voeren taxatie. De taxatie van de zijde van de vrouw heeft uiteindelijk op 8 april 2025 plaatsgevonden. Vervolgens heeft de advocaat van de vrouw, zoals uit de door de vrouw als productie 4 in eerste aanleg overgelegde e-mail van de advocaat van de vrouw van 14 april 2025 valt af te leiden, op laatstgenoemde datum slechts doorgegeven dat de taxateur de waarde van de woning voorlopig schatte op een bedrag van € 900.000,-, dat de taxateur had laten weten dat de uitkomst van de taxatie eerst moest worden ‘
gereviewd’ door een onafhankelijke taxateur van het NWWI en dat het streven van de taxateur was om het definitieve rapport uiterlijk 15 april 2025 aan te leveren. Weliswaar heeft de vrouw in haar stukken en tijdens de mondelinge behandeling redenen aangevoerd waarom het haar niet kan worden aangerekend dat de taxatie zo laat heeft plaatsgevonden, maar deze redenen vormen naar het oordeel van het hof geen verschoonbare omstandigheden. Het was aan de vrouw om onverwijld na het maken van de afspraken op 13 december 2024 tot taxatie over te gaan en bij de man zo nodig aan te dringen op diens taxatie en, wanneer zou blijken dat er meer dan € 50.000,- verschil in de beide taxaties zat, aan te dringen op een derde taxateur, dit alles met het oog op het afronden van haar financieringstoezegging uiterlijk op 15 april 2025. Dit nu heeft de vrouw geheel nagelaten.