ECLI:NL:GHAMS:2025:3383
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J.F. Miedema
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- S. van Gestel
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezag moeder over twee minderjarigen wegens ongeschiktheid en belangen kinderen
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die haar gezag over haar twee kinderen beëindigde en de voogdij aan een gecertificeerde instelling (GI) toekende. De moeder betwistte de beëindiging van haar gezag en stelde dat zij betrokken wilde blijven bij belangrijke beslissingen en dat de GI onvoldoende zorg zou dragen.
De rechtbank had geoordeeld dat het gezag moest worden beëindigd omdat de kinderen onder toezicht stonden, uit huis geplaatst waren en de moeder niet in staat was de verzorging en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn te dragen. Het hof bevestigde dit oordeel na een uitgebreide procedure, waarin ook gesprekken met de minderjarigen plaatsvonden.
Het hof overwoog dat de aanvaardbare termijn voor de moeder om voor de kinderen te zorgen was verstreken. Beide kinderen hebben een zorgbehoefte en wonen niet meer bij de moeder. De moeder toont onvoldoende inzicht in haar handelen en belemmert de samenwerking met hulpverleners. De belangen van de kinderen, waaronder hun ontwikkeling en stabiliteit, vereisen dat de GI de voogdij krijgt toegewezen.
De inmenging in het familie- en gezinsleven van de moeder is volgens het hof gerechtvaardigd en proportioneel in het licht van artikel 8 EVRM Pro. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over beide kinderen en wijst de voogdij toe aan de gecertificeerde instelling.