1.1Het hof verwijst voor het verloop van het geding in hoger beroep tot zover naar zijn tussenbeschikking van 9 juli 2024. Bij die beschikking heeft het hof de raad gelast onderzoek te verrichten en advies uit te brengen met betrekking tot het gezag over [minderjarige] , de verhuizing van de moeder met [minderjarige] naar Griekenland, en de zorgregeling, en in dat kader de volgende vragen te beantwoorden:
Zijn er feiten en omstandigheden aanwezig die maken dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat [minderjarige] klem of verloren raakt tussen de ouders bij toewijzing van gezamenlijk gezag?
Zo ja, welke omstandigheden zijn dit, en is te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt en hoe zou die verbetering bewerkstelligd kunnen worden?
Is het niet vaststellen van het gezamenlijk gezag over [minderjarige] anderszins in het belang van [minderjarige] noodzakelijk?
In hoeverre zijn de ouders in staat om, wanneer [minderjarige] met de ene ouder in een ander land dan de andere ouder woont, de andere ouder op betekenisvolle wijze in het leven van [minderjarige] te betrekken en de bestaande band van die andere ouder met [minderjarige] te waarborgen?
Hoe doorleefd is de wens van moeder om naar Griekenland te verhuizen en welke invloed hebben de door haar genoemde fysieke en mentale problemen op haar draagkracht om de zorgtaken voor [minderjarige] in Nederland op zich te nemen (in het geval dus dat zij niet met [minderjarige] naar Griekenland zou mogen verhuizen)?
Welke mogelijkheden zijn er voor een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders?
Zijn er factoren die een regeling belemmeren? Zo ja, welke komen vanuit de minderjarige en welke vanuit de ouders?
Hoe en op welke termijn zijn deze belemmeringen op te heffen?
Hoe dient de regeling qua vorm en frequentie in het belang van de minderjarige vorm te worden gegeven?
Zijn er andere feiten en omstandigheden die het hof bij zijn oordeel moet betrekken?
Zou u de vragen 6 tot en met 10 willen beantwoorden zowel vanuit de situatie dat de moeder met [minderjarige] in Nederland moet blijven als de situatie dat zij met [minderjarige] naar Griekenland mag verhuizen?
Wat is met betrekking tot de talen in het belang van de ontwikkeling van [minderjarige] ?
In hoeveel talen kan de minderjarige worden opgevoed zonder dat dit voor hem onoverkomelijke schade oplevert?
Wat kan een minderjarige aan en wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden in het kader van de verdere ontwikkeling?
De behandeling van de verzoeken in hoger beroep is aangehouden in afwachting van het onderzoek door de raad.