ECLI:NL:GHAMS:2025:3414
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: draagkracht en behoefte bij nieuw samengesteld gezin
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake kinderalimentatie voor twee kinderen uit een eerder huwelijk. De man betwist de vastgestelde alimentatiebedragen en de ingangsdatum. Het hof stelt de ingangsdatum vast op 23 mei 2024, het moment waarop de man redelijkerwijs bekend was met het verzoek tot alimentatie.
Het hof berekent de behoefte van de kinderen op basis van het netto besteedbaar gezinsinkomen in 2024, rekening houdend met de uitkering van de vrouw en het kindgebonden budget. Voor de jongmeerderjarige wordt de behoefte vastgesteld op €218,- per maand, en voor de minderjarige op €535,- per maand. Daarnaast wordt de behoefte van het in 2024 geboren kind uit het nieuwe huwelijk van de man vastgesteld op €343,- per maand.
De draagkracht van de man wordt verdeeld over twee periodes: tot 31 oktober 2024 voor twee kinderen, en vanaf 1 november 2024 voor drie kinderen. Het hof houdt rekening met werkelijke woonlasten en een aflossing van schulden. De bijdrage voor de minderjarige blijft gelijk aan de rechtbankbeschikking, terwijl de bijdrage voor de jongmeerderjarige wordt verlaagd. De alimentatiebedragen worden geïndexeerd per 1 januari 2025.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover zij de ingangsdatum en de bijdrage aan de jongmeerderjarige betreft, en het hof stelt nieuwe bedragen en ingangsdata vast. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt de ingangsdatum van de alimentatie vast op 23 mei 2024, verlaagt de bijdrage voor de jongmeerderjarige en handhaaft de bijdrage voor de minderjarige op €275,- per maand.