In deze civiele familierechtelijke zaak stond het verzoek van de vader centraal om vervangende toestemming te verkrijgen voor de inschrijving van zijn minderjarige kind in de Basisregistratie Personen (BRP). Het hof had eerder een tussenbeschikking gegeven waarbij de beslissing omtrent dit verzoek was aangehouden en de vader in de gelegenheid was gesteld te reageren op de overwegingen van het hof.
De vader heeft vervolgens bij brief van 16 september 2025 laten weten dat hij het verzoek tot vervangende toestemming intrekt, omdat hij zijn kind inmiddels zelf bij de gemeente heeft ingeschreven. De tegenpartij, moeder 2, heeft geen reactie gegeven op deze brief.
Het hof concludeert dat de vader de gronden van zijn verzoek niet meer handhaaft en verklaart hem daarom niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover dit betrekking heeft op het verzoek om vervangende toestemming voor inschrijving in de BRP. Hierdoor komt het hof niet meer toe aan een inhoudelijke beslissing over dit verzoek. De overige punten van het hoger beroep zijn eerder door het hof behandeld en bekrachtigd.