ECLI:NL:GHAMS:2025:3421
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging moord wegens onvoldoende bewijs medeplegen en aanwezigheid op plaats delict
Op 16 maart 2019 vond een schietincident plaats bij de woning van het slachtoffer waarbij het slachtoffer en zijn gezin werden beschoten. Verdachte en medeverdachten werden verdacht van medeplegen van poging tot moord. Uit het dossier blijkt dat verdachte en medeverdachten betrokken waren bij voorbereidingen, zoals observaties en het ophalen van de vluchtauto.
Het hof oordeelt echter dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte en medeverdachten op het moment van de aanslag aanwezig waren op de plaats delict. Signalen zoals telefoongebruik en DNA-sporen kunnen niet overtuigend aan aanwezigheid worden gekoppeld. Ook de signalementen en compositietekeningen van de schutters zijn onvoldoende onderscheidend.
Hoewel verdachte en medeverdachten een rol hadden in de voorbereiding en uitvoering van voorverkenningen en het klaarzetten van de vluchtauto, wegen deze gedragingen niet zwaar genoeg om te spreken van medeplegen van poging tot moord. Er was geen nauwe en bewuste samenwerking tijdens het delict zelf.
De vordering tot gevangenneming wordt afgewezen omdat verdachte wordt vrijgesproken. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam, maar met een andere motivering voor de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen poging tot moord wegens onvoldoende bewijs van aanwezigheid op de plaats delict en onvoldoende gewicht van voorbereidingshandelingen.