ECLI:NL:GHAMS:2025:3432
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bevestigd
In deze ontnemingszaak heeft het Openbaar Ministerie (OM) in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling van een geldbedrag van € 2.630,54 als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank Amsterdam sprak de betrokkene vrij van het tenlastegelegde en verklaarde het OM niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming.
Het OM stelde hiertegen hoger beroep in. Het gerechtshof Amsterdam heeft de zaak behandeld tijdens meerdere zittingen in november en december 2025. Na zorgvuldige bestudering van de stukken en het horen van partijen heeft het hof het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Het hof oordeelde dat het OM terecht niet-ontvankelijk was verklaard en sprak de betrokkene vrij van het tenlastegelegde. Daarmee komt een einde aan de procedure in hoger beroep. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en op 18 december 2025 uitgesproken.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vordering tot ontneming en spreekt de betrokkene vrij.