In deze zaak gaat het om een hoger beroep betreffende de kinderalimentatie die de moeder moet betalen voor de drie kinderen van partijen. De rechtbank Noord-Holland had in een eerdere beschikking van 11 februari 2025 bepaald dat de moeder een bijdrage van € 277,- per maand voor het oudste kind en € 255,- per maand voor de jongste twee kinderen moest betalen, met ingang van 22 juli 2024. De moeder heeft in hoger beroep gesteld dat de vader niet-ontvankelijk is in zijn verzoek, maar het hof oordeelt dat de vader zijn verzoek heeft aangepast en ontvankelijk is. De vader verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen of de bijdrage te verlagen naar € 155,- per kind per maand. Het hof heeft de inkomenssituatie van beide ouders beoordeeld en vastgesteld dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden, waardoor de alimentatie opnieuw moet worden beoordeeld. De moeder's draagkracht is vastgesteld op € 598,- per maand, terwijl de vader's draagkracht op € 606,- per maand is. Het hof heeft besloten dat de moeder met ingang van 9 december 2024 een bijdrage van € 156,- per kind per maand moet betalen voor de jongste twee kinderen, en met ingang van 1 november 2025 dit bedrag te verlagen naar € 139,- per kind per maand. De verzoeken van de vader tot wijziging van de bijdrage voor het oudste kind zijn afgewezen. De beschikking is gegeven door een meervoudige kamer en is op 16 december 2025 openbaar uitgesproken.