In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 6 november 2025 een tussenarrest gewezen in het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 18 april 2023. De raadsman van de verdachte heeft verzocht om een getuige te horen, wat door het hof is toegewezen. De getuige beriep zich echter op zijn verschoningsrecht. Tijdens de zittingen op 31 oktober en 6 november 2025 is gebleken dat de getuige inmiddels niet onherroepelijk is veroordeeld voor hetzelfde feit als dat welke aan de verdachte is tenlastegelegd, en dat hij dit feit heeft bekend. De verdediging heeft volhard in het verzoek om de getuige te horen, en het hof heeft besloten het onderzoek te heropenen om de getuige alsnog te horen. Het hof heeft de zaak geschorst en zal het onderzoek op een nader te bepalen datum hervatten. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin drie rechters zitting hadden. De oudste en jongste raadsheer waren niet in staat om het arrest mede te ondertekenen.