Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
- memorie na enquête;
- antwoordmemorie na enquête.
3.De verdere beoordeling
“Helaas is bij ons en bij andere autofabrikanten het serviceapparaat gericht op vervanging van onderdelen in plaats van diepgaand onderzoek naar de oorzaak.”Uit bedoelde rapporten en verklaringen volgt dan ook onvoldoende dat het gebrek een van buitenkomende oorzaak heeft.
”dat de boordlader van de auto van [geïntimeerde] telkens direct of zeer kort na een laadsessie bij een van de palen [01] en [02] in storing raakte”(memorie na enquête onder 14). Daarmee is echter niet zonder meer gezegd dat de boordlader telkens
doorhet gebruik van de palen [01] en [02] in storing is geraakt en vervangen is moeten worden. Uit datzelfde laadoverzicht kan namelijk evenzogoed worden afgeleid dat de boordlader telkens direct of kort na een laadsessie aan het laadstation [straat 1] [0] (paal [03] ) in storing is geraakt. Volgens dat laadoverzicht is tot 1 september 2020 de auto voornamelijk aan paal [03] geladen, terwijl in de periode daaraan voorafgaand de boordlader drie keer is vervangen (mvg onder 16). Tesla heeft in eerste instantie het gebrek dan ook toegeschreven aan het gebruik van laadpaal [03] , kennelijk op basis van hetzelfde laadoverzicht (mva productie 24). Dat wordt afgeleid uit de e-mail van Tesla medewerker [naam 3] aan [geïntimeerde] van 16 september 2020. Daarin staat onder verwijzing naar een kennelijk uit bedoeld laadoverzicht ingekopieerd overzicht van laadsessies van 2 juli 2020 tot 21 juli 2020 aan paal [03] die rood zijn gemarkeerd:
“After diving deep into the logs and requesting data from our engineers we’ve come to the following conclusion (…) marked in red you can find the charging sessions which triggered alerts in the logs of your vehicle.”Zonder toelichting - die ontbreekt - is niet goed te begrijpen waarom nu uit datzelfde overzicht zou moeten blijken dat de palen [01] en [04] de oorzaak zijn, te minder waar tot 1 september 2020 de auto niet of nauwelijks aan die palen is geladen en het gebrek zich toen al meerdere keren had gemanifesteerd. Dat wijst op een andere oorzaak dan het gebruik van de palen [01] en/of [02] . In elk geval levert naar het oordeel van het hof bedoeld overzicht onvoldoende aanwijzing op voor een oorzakelijk verband tussen de door Tesla aangewezen laadpalen en het gebrek. Ook daarop strandt de bewijsopdracht van Tesla.
Grief IIheeft geen succes.
tot de datum van ontbindingis daarom terecht een gebruiksvergoeding in rekening gebracht. Na de ontbinding heeft [geïntimeerde] ermee rekening moeten houden dat hij de auto niet langer als eigenaar onder zich had en dat hij de auto aan Tesla moest teruggeven. Daarom is hij voor het gebruik van de auto
na de ontbindingjegens Tesla schadeplichtig volgens de regels van ongerechtvaardigde verrijking, zij het tot ten hoogste het bedrag van het voordeel dat hij nadien van de auto heeft gehad (artikel 7:10 lid 4, tweede zin, BW jo. artikel 6:78 lid 1 BW). Daarmee komt het erop neer dat het bij de begroting van het op de terug te betalen koopsom in mindering te brengen bedrag zowel voor als na de ontbinding om waardering gaat van het genot/voordeel dat [geïntimeerde] van de auto heeft gehad. Tot zover faalt de grief.