ECLI:NL:GHAMS:2025:3499

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
200.335.706/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over geschil inzake accommodatie geboekt via Booking.com en afwijzing vorderingen wegens gebrek aan belang

In deze zaak hebben appellanten, die een accommodatie via Booking.com hebben geboekt, gesteld dat de accommodatie niet overeenkwam met de advertentie. Ze vorderden onder andere terugbetaling van de kosten en schadevergoeding voor gederfd vakantiegenot. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen wegens gebrek aan belang, omdat Booking.com had toegezegd de kosten te vergoeden, maar appellanten geen bankrekeningnummer hadden verstrekt. In hoger beroep heeft het hof de grieven van appellanten verworpen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Het hof oordeelde dat appellanten onvoldoende belang hadden bij hun vorderingen, aangezien Booking.com bereid was te betalen, mits een rekeningnummer werd verstrekt. De vorderingen tot betaling en de gevorderde verklaringen voor recht werden om dezelfde reden afgewezen. Het hof heeft de proceskosten in hoger beroep aan appellanten opgelegd.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht,
team I (handel)
zaaknummer : 200.335.706/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 10079564/ CV EXPL 22-11273
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 december 2025
in de zaak van

1.[appellante] ,

wonend te [woonplaats 1] ,
2.
[appellant] ,
wonend te [woonplaats 2] ( [plaats] ),
appellanten,
advocaat: mr. Q.A.L.M. Gijsbers te Amsterdam,
tegen
BOOKING.COM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A. Oorthuys te Leiden.
Partijen worden hierna [appellanten] (afzonderlijk: [appellante] en [appellant] ) en Booking.com genoemd.

1.De zaak in het kort

Een via Booking.com geboekte accommodatie komt volgens appellanten niet overeen met de advertentie. Appellanten vorderen tien verklaringen voor recht, terugbetaling van de voor die accommodatie en de vervangende accommodatie aan Booking.com betaalde bedragen, alsmede een schadevergoeding voor gederfd vakantiegenot en bijbehorende kosten. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen wegens gebrek aan belang. Het hof bekrachtigt het vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

[appellanten] zijn bij dagvaarding van 6 oktober 2023 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 11 juli 2023 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter), onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellanten] als eisers en Booking.com als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis).
Bij tussenarrest van 16 januari 2024 is een mondelinge behandeling na aanbrengen gelast, die op 6 maart 2024 heeft plaatsgevonden. Partijen hebben toen geen minnelijke regeling bereikt.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven;
- memorie van antwoord;
- akte van 27 augustus 2024 van de zijde van Booking.com;
- antwoordakte van 24 september 2024 van de zijde van [appellanten] ;
- akte van 5 november 2024 van de zijde van Booking.com;
- antwoordakte van 17 december 2024 van de zijde van [appellanten]
Op 9 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Mrs. Gijsbers en Oorthuys voornoemd hebben de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd.
Uitspraak is bepaald op heden.

3.Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten, die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan. Het hof heeft bij het vaststellen van de feiten acht geslagen op hetgeen [appellanten] in hun memorie van grieven hebben opgemerkt over de juistheid van de door de kantonrechter vastgestelde feiten.
3.1.
[appellant] heeft op 23 juli 2022 via Booking.com een accommodatie geboekt en betaald, op naam en voor rekening van [appellante] , in de buurt van Lugano (Zwitserland) voor de periode 24 juli 2022 tot en met 29 juli 2022. De accommodatie kostte € 665,52.
3.2.
Bij aankomst bij de accommodatie op 24 juli 2022 hebben [appellanten] zich op het standpunt gesteld dat de accommodatie niet overeenkwam met de advertentie daarvan op de website van Booking.com. [appellanten] hebben de eigenares van de accommodatie telefonisch meegedeeld dat zij de boeking annuleerden en hebben ter plekke een andere accommodatie geboekt. Voor de vervangende accommodatie hebben [appellanten] € 1.285,22 betaald.
3.3.
[appellanten] hebben meerdere keren getracht om via de klantenservice van Booking.com terugbetaling te verkrijgen van de voor de (eerste) accommodatie betaalde prijs. Dat heeft toen niet geleid tot enige (terug)betaling door Booking.com.

4.De procedure in eerste aanleg

4.1.
Samengevat hebben [appellanten] in eerste aanleg gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Booking.com zal veroordelen tot:
- terugbetaling van het bedrag van € 665,52 (de eerste accommodatie),
vermeerderd met wettelijke rente;
- terugbetaling van het bedrag van € 1.285,22 (de tweede/vervangende
accommodatie), vermeerderd met wettelijke rente;
- betaling van een schadevergoeding voor gederfd vakantiegenot, alsmede
brandstofkosten en telefoonkosten zijnde een bedrag van € 1.200,-;
- vergoeding van de proceskosten.
4.2.
Daarnaast hebben [appellanten] in de inleidende dagvaarding verschillende verklaringen voor recht gevorderd, die zij bij conclusie van repliek hebben uitgebreid met een aantal nadere argumenten (waarover meer in rechtsoverweging 6.3).
4.3.
[appellanten] hebben aan hun vorderingen kort gezegd ten grondslag gelegd dat zij bij aankomst een accommodatie aantroffen die niet overeenkwam met de advertentie daarvan op Booking.com. Van de accommodatie werd geen adres (maar werden slechts coördinaten) verstrekt. De accommodatie was op 30 kilometer verwijderd van Lugano terwijl in de advertentie op de website van Booking.com was vermeld dat de accommodatie was gelegen op een afstand van 10 kilometer van Lugano. Verder was er geen parkeerfaciliteit anders dan de publieke parkeerruimte, de afwasmachine werkte niet en er was in de accommodatie een gevaarlijke trap met verspringende treden aanwezig waarvan geen melding was gemaakt in de advertentie. Booking.com heeft de vorderingen bestreden.
4.4.
In het tussenvonnis van 10 januari 2023 heeft de kantonrechter geoordeeld over het door Booking.com opgeworpen bevoegdheidsincident. Booking.com heeft in dat kader aangevoerd dat de kantonrechter niet bevoegd is omdat de verklaringen voor recht niet, althans niet rechtstreeks, zien op de gestelde rechtsverhouding tussen [appellanten] en Booking.com, maar een algemene strekking hebben. Ook zouden er geen duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering van [appellanten] geen hogere waarde dan € 25.000,- vertegenwoordigt. De kantonrechter heeft dit verweer verworpen en daartoe onder meer overwogen dat de gevorderde verklaringen voor recht wel op de rechtsverhouding tussen [appellanten] en Booking.com betrekking hebben en daar dus niet geheel los van staan, althans dat deze gevorderde verklaringen moeten worden gezien als rechtsgrond voor de geldvorderingen op Booking.com. Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat een duidelijke aanwijzing dat het geldelijk belang geen hogere waarde vertegenwoordigt dan de geldvordering. De kantonrechter heeft zich daarom bevoegd verklaard.
4.5.
In het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de geldvorderingen van [appellanten] afgewezen vanwege gebrek aan belang als bedoeld in artikel 3:303 Burgerlijk Wetboek (BW). Naar het oordeel van de kantonrechter hebben [appellanten] onvoldoende belang bij hun geldvorderingen omdat Booking.com zowel tijdens als voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft toegezegd dat zij alle gevorderde kosten inclusief de forfaitair berekende proceskosten van [appellanten] (ongeacht de uitkomst van de procedure) zal voldoen. [appellanten] hebben, ondanks herhaalde verzoeken, geen bankrekeningnummer aan (de gemachtigde van) Booking.com verschaft waarop deze toegezegde betaling kon plaatsvinden. Onder die omstandigheden hebben [appellanten] het aan zichzelf te danken dat nog geen betaling door Booking.com heeft plaatsgevonden en zij hebben onvoldoende gesteld welk concreet belang zij nog hebben bij beoordeling van de vorderingen die strekken tot betaling van dat bedrag.
De kantonrechter heeft ook de gevorderde verklaringen voor recht afgewezen wegens gebrek aan belang en heeft [appellanten] veroordeeld in de proceskosten van Booking.com.

5.Vordering in hoger beroep

5.1.
[appellanten] vorderen in hoger beroep dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog – uitvoerbaar bij voorraad – de vorderingen van [appellanten] zoals bij dagvaarding in eerste aanleg (en aanvullend bij repliek in eerste aanleg) ingesteld, zal toewijzen, met veroordeling van Booking.com in de kosten van het geding in beide instanties met nakosten.
5.2.
Booking.com heeft geconcludeerd dat het hof [appellanten] niet-ontvankelijk zal verklaren in hun vorderingen, althans het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep met nakosten.
5.3.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

6.Beoordeling

6.1.
[appellanten] hebben in hoger beroep vier genummerde grieven aangevoerd tegen het bestreden vonnis. De grieven komen vanuit verschillende invalshoeken op tegen het oordeel van de kantonrechter dat [appellanten] onvoldoende hebben gesteld welk belang zij hebben bij hun vorderingen, en lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
Vorderingen tot betaling
6.2.
In artikel 3:303 BW is bepaald dat niemand zonder voldoende belang een rechtsvordering toekomt. [appellanten] stellen dat zij, anders dan de kantonrechter heeft geoordeeld, wel degelijk recht en belang hebben bij (ambtshalve) beoordeling en toewijzing van de vorderingen die strekken tot betaling, aangezien betaling door Booking.com tot op de dag van vandaag nog niet heeft plaatsgevonden. In hoger beroep is echter komen vast te staan dat Booking.com, nadat het bestreden vonnis is gewezen, op 27 juli 2023 een bedrag ter hoogte van € 4.072,49 heeft overgemaakt op de bankrekening van [appellant] . Dat bedrag is, naar een berekening van Booking.com, gelijk aan de hoogte van de geldvorderingen van [appellanten] , vermeerderd met de wettelijke rente en de forfaitaire proceskosten. [appellant] heeft dit van Booking.com ontvangen bedrag direct de volgende dag geretourneerd aan Booking.com en zich op het standpunt gesteld dat de aan haar verrichte betaling onverschuldigd was en dat zij deze onbekende betaling in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) niet mocht accepteren. Wat daar ook van zij, Booking.com heeft in hoger beroep bij haar memorie van antwoord en tijdens de mondelinge behandeling herhaald dat zij bereid is de door [appellanten] gevorderde bedragen te voldoen. Daarvoor is slechts nodig dat zij alsnog een rekeningnummer ontvangt waarop betaling kan plaatsvinden. Tegen de achtergrond van deze expliciete en meermaals herhaalde toezegging door Booking.com hebben [appellanten] ook in hoger beroep onvoldoende concreet gemaakt welk belang zij nog hebben bij beoordeling en toewijzing van hun geldvorderingen. Het hof volgt [appellanten] niet in hun betoog dat er geen betaling mogelijk is zonder dat Booking.com de vorderingen en haar aansprakelijkheid erkent. Voor zover [appellanten] hebben aangevoerd dat zij niet over een rekeningnummer beschikken waarop betaling kan plaatsvinden, geldt dat het op de weg van [appellanten] ligt om aan Booking.com een rekeningnummer te verstrekken waarop betaling kan plaatsvinden. Dat mag ook worden verwacht van een partij die jegens een andere partij een vordering instelt tot betaling van een geldbedrag.
Gevorderde verklaringen voor recht
6.3.
[appellanten] hebben in hun inleidende dagvaarding tien verklaringen voor recht gevorderd. In hun conclusie van repliek in eerste aanleg hebben zij daarnaast nog een aantal uitspraken van de kantonrechter verzocht en inzage gevorderd in de overeenkomst tussen Booking.com en de callcenters waar zij mee werkt. De kantonrechter heeft daarover geoordeeld dat [appellanten] niet duidelijk hebben gemaakt of dit aanvullende verklaringen voor recht betreffen of argumenten die strekken ter onderbouwing van de reeds bij dagvaarding ingestelde vorderingen. De kantonrechter heeft daarover tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg duidelijkheid gevraagd, maar die duidelijkheid hebben [appellanten] naar het oordeel van de kantonrechter niet verschaft. Gelet op het feit dat in de conclusie van repliek staat vermeld dat de in de dagvaarding vermelde eisen geheel blijven staan en worden uitgebreid met de in conclusie van repliek gemarkeerde argumenten, is de kantonrechter ervan uitgegaan dat bedoeld is de bij dagvaarding ingestelde vorderingen nader te onderbouwen. In de memorie van grieven hebben [appellanten] aangevoerd dat de kantonrechter terecht van dit laatste is uitgegaan, maar ten onrechte heeft overwogen dat daarover onduidelijkheid bestond en dat [appellanten] daarover bij de mondelinge behandeling geen duidelijkheid hebben verschaft.
6.4.
Gelet op het feit dat [appellanten] het kennelijk onder de streep eens zijn met het oordeel van de kantonrechter, hebben zij geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van deze (inleidende) overweging van de kantonrechter. Bij de mondelinge behandeling in hoger beroep hebben [appellanten] aangevoerd dat de argumenten in de conclusie van repliek wel degelijk aanvullende vorderingen zijn (onder meer op de voet van (voorheen) artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)), waarop de kantonrechter ten onrechte niet heeft beslist. Het hof overweegt daarover als volgt. Dit standpunt volgt niet kenbaar uit de memorie van grieven en is kennelijk ook niet zo begrepen door Booking.com. Naar het oordeel van het hof moet deze stelling van [appellanten] daarom als een nieuwe grief worden aangemerkt. De in artikel 347 lid 1 Rv besloten liggende twee-conclusie-regel brengt mee dat de rechter in beginsel niet behoort te letten op grieven die in een later stadium dan in de memorie van grieven worden aangevoerd. Het hof laat de grief daarom buiten beschouwing.
6.5.
De kantonrechter heeft vervolgens de gevorderde verklaringen voor recht eveneens wegens gebrek aan belang afgewezen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan een verklaring voor recht op grond van artikel 3:302 BW slechts worden uitgesproken over de rechtsverhouding tussen de onmiddellijk betrokken personen. De rechtsverhouding tussen Booking.com en [appellanten] bestaat uit de boeking die [appellanten] op 24 juli 2022 via Booking.com hebben gemaakt. Nu Booking.com heeft toegezegd al het door [appellanten] in dat verband gevorderde te zullen betalen, valt niet in te zien welk concreet belang zij nog hebben bij de gevorderde verklaringen voor recht voor zover die betrekking hebben op deze rechtsverhouding, aldus de kantonrechter.
6.6.
[appellanten] hebben in hoger beroep aangevoerd dat de gevorderde verklaringen voor recht een zelfstandige betekenis hebben en dus niet enkel samenhangen met de vordering op Booking.com ten aanzien van de terugbetaling van de annulering en de kosten van de boeking van de vervangende accommodatie. De verklaringen voor recht hebben een ruimere strekking en zien niet op de geldvorderingen. De kantonrechter heeft de gevorderde verklaringen dan ook onterecht wegens gebrek aan belang afgewezen, aldus [appellanten]
6.7.
De grieven van [appellanten] die zich richten tegen het oordeel van de kantonrechter over de verklaringen voor recht falen. De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 10 januari 2023 (hierboven weergegeven onder 4.4.) geoordeeld dat de verklaringen voor recht moeten worden gezien als rechtsgrond voor de geldvorderingen van [appellanten] op Booking.com. [appellanten] hebben daartegen in hoger beroep geen grief gericht en daarom staat dat oordeel van de kantonrechter vast. Dat de gevorderde verklaringen voor recht een ruimere strekking hebben dan de geldvorderingen, althans een zelfstandige betekenis, hebben [appellanten] ook in hoger beroep niet duidelijk gemaakt. Op vragen die het hof daarover tijdens de mondelinge behandeling heeft gesteld, hebben [appellanten] geen concreet antwoord gegeven. [appellanten] hebben slechts verklaard dat hun belang bij de verklaringen voor recht is gelegen in het verkrijgen van zekerheid over hun rechtspositie bij eventuele toekomstige boekingen via Booking.com. Dat levert in dit geval echter geen (voldoende) zelfstandig processueel belang op. [appellanten] hebben niet concreet gesteld dat de vorderingen daadwerkelijk leiden tot een verbetering van hun rechtspositie in de rechtsverhouding met Booking.com en daarom ontbreekt een rechtens te respecteren belang
6.8.
[appellanten] hebben nog betoogd dat [appellante] geen partij is bij de door [appellanten] gestelde overeenkomst met Booking.com. Gelet op al het voorgaande kan dat in het midden blijven, omdat dit niet tot een andere uitkomst leidt. Immers ongeacht de grondslag van de vorderingen, waarvoor relevant kan zijn of [appellante] partij is bij de overeenkomst, bestaat er voor zowel [appellante] als [appellant] geen belang bij beoordeling van hun vorderingen.
Slotsom, kosten en bewijsaanbod
6.9.
Het hoger beroep heeft geen succes, de grieven falen. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd. Het hof ziet geen aanleiding om [appellanten] toe te laten tot bewijslevering, omdat zij geen bewijs hebben aangeboden van voldoende concrete stellingen die, indien bewezen, tot een andere uitkomst kunnen leiden. [appellanten] zijn in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zullen daarom worden veroordeeld in de proceskosten van Booking.com in hoger beroep. Het hof stelt de proceskosten in hoger beroep als volgt vast:
- griffierecht € 783,00
- salaris advocaat € 2.574,00 (tarief I, 3 punten)
Totaal € 3.357,00

7.Beslissing

Het hof:
7.1.
bekrachtigt het bestreden vonnis;
7.2.
veroordeelt [appellanten] in de proceskosten in hoger beroep, tot nu vastgesteld op € 3.357,00.
7.3.
veroordeelt [appellanten] tot betaling van € 178,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 92,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot als betekening van dit arrest plaatsvindt;
7.4.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.E. van Neck, M.M. Kruithof en mr. R.L. de Graaff en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.