Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1965 gehuwd in gemeenschap van goederen. De vrouw heeft in augustus 2023 echtscheiding aangevraagd, die in oktober 2024 is uitgesproken. De rechtbank bepaalde de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder de inboedel en bankrekeningen.
De vrouw kwam in hoger beroep met twee grieven: zij stelde dat de man gemeenschapsgelden ten eigen bate had besteed en dat de verkoop van de caravan onder de waarde was, waardoor de gemeenschap was benadeeld. De man voerde verweer en onderbouwde zijn uitgaven met bankafschriften.
Het hof oordeelde dat de man de gezamenlijke bankrekening gebruikte voor normale kosten van levensonderhoud en dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat de man haar benadeeld had met de inboedel of caravan. De verkoop van de caravan voor € 2.000 was redelijk gezien de slechte staat. De bestreden beschikking werd bekrachtigd en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst de grieven van de vrouw af.