ECLI:NL:GHAMS:2025:3556

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
23-000999-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen vonnis politierechter inzake strafmaat en gedragingen van verdachte met lachgas

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 19 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam, dat op 11 april 2025 was gewezen. De verdachte, geboren in 2000, had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis waarin hij was veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder het aanwezig hebben van lachgas en rijden onder invloed daarvan. Het hof heeft het vonnis van de politierechter grotendeels bevestigd, maar de strafoplegging aangepast. De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 60 dagen, waarvan 58 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 180 uren. De advocaat-generaal had dezelfde straffen gevorderd, maar de raadsman pleitte voor alternatieve strafmodaliteiten.

Het hof heeft in zijn oordeel rekening gehouden met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn eerdere veroordelingen. De verdachte had zich schuldig gemaakt aan het gebruik van lachgas en had eerder al veroordelingen op zijn naam staan. Desondanks heeft het hof besloten om de gevangenisstraf te beperken tot de duur van het voorarrest en een forse taakstraf op te leggen, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn erkenning van een lachgasverslaving en zijn bereidheid tot behandeling. Het hof heeft de verdachte ook bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder toezicht door de reclassering en behandeling voor zijn verslaving. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een evenwichtige strafoplegging die zowel de ernst van de feiten als de rehabilitatie van de verdachte in ogenschouw neemt.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000999-25
datum uitspraak: 19 december 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 april 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-072149-24 en 13-000884-25 en 13-332466-23 en 13-380233-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit om die reden bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging ten aanzien van 13-072149-24, 13-000884-25 feit 2, feit 3, 13-332466-23 en 13-380233-24 – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:
- de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen, na het eventueel instellen van beroep in cassatie, zal uitwerken in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 13-072149-24, 13-000884-25 feit 2, feit 3, 13-332466-23 en 13-380233-24 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen waarvan 58 dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest, met bijzondere voorwaarden en met een proeftijd van twee jaren, en tot een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis. In de zaak met parketnummer 13-000884-25 heeft de politierechter de verdachte voor feit 1 subsidiair veroordeeld tot een geldboete van € 500,00 en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie maanden,
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen en maatregel als door de politierechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsman heeft het hof ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om geen voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De raadsman heeft het hof verzocht te kijken naar andere strafmodaliteiten. Mocht het hof een stok achter de deur aangewezen achten, dan zou dat kunnen door bijvoorbeeld een hogere (deels voorwaardelijke) taakstraf op te leggen.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van lachgas. Daarnaast heeft de verdachte gereden onder invloed van lachgas, waarmee hij zichzelf en andere weggebruikers heeft blootgesteld aan gevaar. Het hof rekent de verdachte dit aan.
Uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van de verdachte van 20 november 2025 blijkt dat hij eerder onherroepelijk veroordeeld is voor artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Opiumwet. Het hof weegt dat in strafverzwarende zin mee bij de strafoplegging.
In het voordeel van de verdachte heeft het hof rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden. De verdachte stond ten tijde van de tenlastegelegde feiten onder druk mede doordat hij op jonge leeftijd als acteur in de spotlights is komen te staan. De verdachte is vanwege de media aandacht in eerste aanleg niet op de zitting verschenen, maar bij de behandeling van het hoger beroep wel. Ter zitting in hoger beroep heeft de verdachte verantwoordelijkheid voor zijn handelen genomen en heeft hij verklaard over zijn lachgasverslaving. In de ten laste gelegde periode is hij
‘gecancelled’, kwam er veel op hem af en is hij lachgas gaan gebruiken om negatieve gevoelens te dempen. Hier heeft de verdachte nu spijt van en hij is gestopt met het gebruiken van lachgas. De verdachte erkent dat hij behandeling en begeleiding nodig heeft en heeft verklaard zich te zullen houden aan alle door de reclassering geadviseerde voorwaarden.
In de omschreven persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet het hof aanleiding om – anders dan de politierechter en de advocaat-generaal– te volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Om de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen en als stok achter de deur om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen, zal het hof daarnaast een forse taakstraf in combinatie met een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 36b, 36c, 57 en 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 8, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en taakstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
En stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
- zich laat behandelen door het Ambulant Centrum van Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na aanmelding en bij behandelaanbod. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
- meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen, zolang de reclassering nodig vindt. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
T.a.v. 13-000884-25 feit 1 subsidiair:
Een
geldboeteter hoogte van
€ 500,-(zegge vijfhonderd euro) subsidiair 10 dagen hechtenis.
Een
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigente besturen voor de duur van
3 maanden.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. M.T.C. de Vries en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 december 2025. Mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]