In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 19 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De verdachte, geboren in 1999, had hoger beroep ingesteld tegen een eerdere veroordeling voor het rijden onder invloed van THC. De raadsman voerde aan dat er gebreken waren in het onderzoek, met name met betrekking tot de 90-minuten termijn en de termijn voor bloedonderzoek. Het hof verwerpt deze verweren en stelt vast dat de aanhouding en het onderzoek binnen de geldende termijnen zijn uitgevoerd. Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter, maar vernietigt de strafoplegging voor feit 1. De verdachte wordt uiteindelijk veroordeeld tot een geldboete van € 450,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaren, met inachtneming van de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan. Het hof houdt rekening met het strafblad van de verdachte en de ernst van de feiten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof, waarbij de betrokken rechters en de griffier aanwezig waren. Het arrest is openbaar uitgesproken op de zitting van 19 december 2025.