In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 19 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De verdachte, geboren in 1983, had op 16 november 2023 te Alkmaar een motorrijtuig bestuurd terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. De politierechter had de verdachte eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. De verdachte stelde in hoger beroep dat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij weer mocht rijden, gebaseerd op mededelingen van zijn vorige raadsman. Het hof verwierp dit verweer, omdat de verdachte op de hoogte was van de invordering van zijn rijbewijs en een klaagschrift had ingediend, maar dit nog niet was behandeld. Het hof achtte de verdachte wettig en overtuigend schuldig aan het tenlastegelegde feit en handhaafde de straf van twee weken gevangenisstraf. Het hof overwoog dat het gedrag van de verdachte het vertrouwen in de verkeersveiligheid ondermijnt en dat er geen omstandigheden waren die de strafbaarheid uitsloten. De op te leggen straf was gegrond op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.