Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:3626

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
23-002459-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 311 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inbraak met omvangrijke schade en deels voorwaardelijke gevangenisstraf

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2023 bevestigd, behalve de strafoplegging die het hof vernietigde en opnieuw bepaalde. De verdachte werd veroordeeld voor een inbraak op een bouwterrein waarbij een grote hoeveelheid gereedschap werd weggenomen, wat aanzienlijke schade veroorzaakte bij verschillende aannemers.

Het hof hield rekening met het planmatige karakter van het delict en de omvang van de schade, waardoor een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend werd geacht. Tegelijkertijd nam het hof de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee, waaronder zijn verblijf in Duitsland, zijn baan in de bouw en zijn rol als kostwinner voor zijn gezin, alsmede het feit dat hij een first offender is.

Om herhaling te voorkomen legde het hof een gevangenisstraf van 80 dagen op, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd bepaald dat de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de straf. Het hof besloot ook dat de inbeslaggenomen goederen niet voor verbeurdverklaring in aanmerking komen en gelastte de bewaring ten behoeve van de rechthebbende.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 december 2025.

Uitkomst: Gevangenisstraf van 80 dagen opgelegd, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002459-23
datum uitspraak: 18 december 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-123661-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1988,
adres: [adres 1] nr. [nummer] ( [adres 2] ).

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis van de politierechter en zal dit daarom bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de beslissing op het beslag nader zal motiveren.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd.
De raadsvrouw heeft bepleit om aan de verdachte geen hogere gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die hij al in voorarrest heeft gezeten.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gevonden aan een inbraak op een bouwterrein, waarbij een grote hoeveelheid gereedschap uit diverse containers is weggenomen. Duidelijk is dat verschillende aannemers veel schade hebben geleden en dat de verdachte en zijn mededaders enkel oog hadden voor financieel gewin en andersmans eigendom niet respecteerden. Gelet op het planmatig handelen en de omvang van de schade, kan niet worden volstaan met een andere dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof heeft ook rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit de terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte inmiddels met zijn gezin woonachtig is in Duitsland, dat hij daar een baan heeft in de bouw en de kostwinner is voor zijn vrouw en hun vier kinderen. Daarnaast is hij in Nederland een first offender.
Gelet op voornoemde omstandigheden en het tijdsverloop is het hof van oordeel dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Om herhaling te voorkomen zal het hof een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk op legen.
Het hof acht, alles afwegende, een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Aanvullende motivering ten aanzien van het beslag

Ter gelegenheid van het onderzoek ter zake van een op de verdachte rustende verdenking zijn een aantal goederen inbeslaggenomen. Op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld aan wie deze toebehoren en het dossier bevat geen informatie op basis waarvan kan worden geoordeeld dat deze voorwerpen voor verbeurdverklaring vatbaar zijn, zodat de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van deze inbeslaggenomen goederen wordt gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
80 (tachtig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. N. van der Wijngaart en mr. A.H. Tiemens, in tegenwoordigheid van mr. R.M. ter Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 december 2025.
Mr. P. Greve is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]