In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2023 bevestigd, behalve de strafoplegging die het hof vernietigde en opnieuw bepaalde. De verdachte werd veroordeeld voor een inbraak op een bouwterrein waarbij een grote hoeveelheid gereedschap werd weggenomen, wat aanzienlijke schade veroorzaakte bij verschillende aannemers.
Het hof hield rekening met het planmatige karakter van het delict en de omvang van de schade, waardoor een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend werd geacht. Tegelijkertijd nam het hof de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee, waaronder zijn verblijf in Duitsland, zijn baan in de bouw en zijn rol als kostwinner voor zijn gezin, alsmede het feit dat hij een first offender is.
Om herhaling te voorkomen legde het hof een gevangenisstraf van 80 dagen op, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd bepaald dat de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de straf. Het hof besloot ook dat de inbeslaggenomen goederen niet voor verbeurdverklaring in aanmerking komen en gelastte de bewaring ten behoeve van de rechthebbende.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 december 2025.