Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
“Tevens willen wij u erop wijzen dat het gehuurde door maximaal 2 personen mag worden bewoond en er mogen zich derhalve ook maximaal 2 personen inschrijven op de woning.”
“I was wondering if you are going to live together because you have entered into a relationship, or because you want to share a home together?”
“I find it a bit of a strange question as this was never asked for any past tenants, but yes we want to share a home together.”
8 maart 2024 een werknemer van hen het dak en plafond heeft geïnspecteerd en geconstateerd heeft dat er veel problemen zijn als lekkage, schimmel en slechte dakpannen. [geïntimeerde] vraagt waarom er nog geen actie is ondernomen, terwijl hij nog steeds lekkage in zijn slaapkamer heeft wanneer het regent. Na een reminder van [geïntimeerde] , heeft [bedrijf 1] hem bericht dat zij op korte termijn een offerte zal uitbrengen aan de beheerder.
al herhaald heeft gemeld en verzoekt om een huurprijsverlaging van € 1.356,13 naar € 542,45 vanaf mei 2021.
“It is clear that the roof is in bad condition, and this is causing:
- Leaks.
- Water damage.
- Mold and algae to grow both inside and outside the apartment.
4.Procedure bij de kantonrechter
a) [appellanten] hoofdelijk te veroordelen de herstelwerkzaamheden te verrichten op straffe van verbeurte van een dwangsom;
b) [geïntimeerde] de bevoegdheid te verlenen die werkzaamheden zelf uit te laten voeren en de kosten te verrekenen met de huur;
c) [appellanten] hoofdelijk te veroordelen om [geïntimeerde] bij wijze van voorschot een huurprijsvermindering toe te kennen van 60% vanaf 18 mei 2021 tot de dag waarop de gebreken deugdelijk zijn verholpen;
d) [appellanten] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 121,-;
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
grief 1betogen [appellanten] dat [geïntimeerde] niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard in zijn vorderingen althans dat de kantonrechter hem in de gelegenheid had moeten stellen [naam 2] op te roepen in de procedure. Volgens [appellanten] kon [geïntimeerde] de vordering
grieven 2 t/m 4lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Daarmee voeren [appellanten] aan dat de kantonrechter de eiswijziging van [geïntimeerde] ten onrechte heeft toegewezen. De vordering tot herstel zag alleen op het dak en niet ook op de schimmelproblematiek en andere gebreken. De kantonrechter had de eiswijziging niet mogen toegestaan, in ieder geval niet zonder [appellanten] in de gelegenheid te stellen daar nog op te reageren, en had - zo de wijziging al toegestaan had mogen worden - moeten beoordelen of deze in strijd was met de goede procesorde.
De dakpannen en dakbedekking zijn aan vernieuwing toe.’ op de factuur van [bedrijf 5] van € 279,51 van 21 mei 2021 en ‘
De bestaande nokvorsten in de bestaande situatie dekken de pannen onvoldoende af wat gevolg heeft tot lekkages.’ op de offerte van [bedrijf 1] van 24 mei 2024 (nadat er al diverse werkzaamheden waren verricht). Het hof maakt hieruit op dat [appellanten] steeds wel wat werkzaamheden hebben laten verrichten aan het dak (dit blijkt uit de diverse facturen die zij hebben overgelegd) maar dat dit niet meer dan lapmiddelen waren. Er bleven lekkages ontstaan en het probleem is uiteindelijk pas begin februari 2025 definitief opgelost, toen de herstelwerkzaamheden - na de zitting bij de kantonrechter - aan het dak zijn verricht.
heeft aangevoerd dat de folie er maar kort heeft gezeten ter vervanging van beschimmelde gordijnen, blijkt uit die foto - mede in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen - niet dat dit de oorzaak van de schimmel was. Het hof volgt [appellanten] dan ook niet in hun ‘uiterst subsidiaire’ betoog dat [geïntimeerde] de helft van de kosten van het schilderwerk moet dragen, ‘omdat hij debet is aan de schimmelvorming’.
grief 5komen [appellanten] op tegen de toekenning door de kantonrechter van de huurprijsvermindering aan [geïntimeerde] . Deze grief slaagt wel. Met [appellanten] is het hof van oordeel dat [geïntimeerde] geen spoedeisend belang bij zijn vordering had, omdat de vordering
als genoemd onder 4.1 onder b (zelf laten herstellen en verrekenen met de huur) niet is toegewezen door de kantonrechter. Verder geldt dat het niet onmogelijk is (en in sommige gevallen vanuit een oogpunt van proceseconomie gewenst kan zijn) in kort geding huurkorting toe te kennen, maar dat de rechter daarmee terughoudend dient te zijn. In dit geval gaat het om diverse gebreken die op verschillende momenten door [geïntimeerde] zijn gemeld. Bovendien hebben [appellanten] gemotiveerd aangevoerd dat zij bepaalde gebreken op bepaalde momenten hebben verholpen. Per gebrek moet worden bekeken hoe lang en in welke mate dit het huurgenot van [geïntimeerde] heeft verminderd. Hoewel het hof het waarschijnlijk acht dat de bodemrechter enige huurprijsvermindering zal toekennen, valt in dit kort geding in onvoldoende mate vast te stellen hoeveel dat zal zijn en/of per welke datum een dergelijke vermindering aan de orde is. Het is dan ook niet gerechtvaardigd om vooruit te lopen op een beslissing in de bodemprocedure. Het bestreden vonnis zal op dit punt worden vernietigd.
grief 7voeren [appellanten] aan dat de kantonrechter hun reconventionele vordering tot ontruiming ten onrechte heeft afgewezen. Zij stellen zich op het standpunt dat [geïntimeerde] en [naam 3] geen affectieve relatie hebben.