ECLI:NL:GHAMS:2025:37
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep alimentatie jongmeerderjarige met draagkrachtberekening op netto-inkomsten en lagere levensstandaard Turkije
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin de alimentatie voor een jongmeerderjarige werd vastgesteld op € 717,52 per maand. De vader betwistte dit bedrag en stelde dat hij dit niet kon betalen, terwijl de jongmeerderjarige een hogere alimentatie verlangde.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Nederlands recht van toepassing is. De vader had zijn hoger beroep tijdig ingesteld en het hof herbeoordeelde de alimentatie op basis van de aanbevelingen uit het Rapport Alimentatienormen. De ingangsdatum van de alimentatieverplichting werd vastgesteld op 18 januari 2024, de datum waarop de vader bekend werd met de beschikking.
De behoefte van de jongmeerderjarige werd vastgesteld op € 944,10 per maand, aansluitend bij de WSF-norm 2024 minus wooncomponent. De vader ontkende dat de jongmeerderjarige een eigen verdiencapaciteit heeft. Het hof bevestigde dat de onderhoudsplicht voor jongmeerderjarigen geldt ongeacht behoeftigheid.
De draagkracht van de vader werd berekend op basis van zijn netto WIA-uitkering en arbeidsongeschiktheidsuitkering, zonder rekening te houden met vermeende andere inkomsten. Het hof hield rekening met de lagere kosten van levensonderhoud in Turkije via de Big Mac-index en verwerkte werkelijke woonlasten en schulden, waarbij de schuldenlast deels niet werd meegenomen omdat de vader de woning kan verkopen.
De vader heeft voldoende draagkracht om de alimentatie van € 944,10 per maand te betalen. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en wijzigde de alimentatie overeenkomstig deze bevindingen.
Uitkomst: Het hof wijzigt de alimentatie en bepaalt dat de vader vanaf 18 januari 2024 € 944,10 per maand betaalt aan de jongmeerderjarige.