ECLI:NL:GHAMS:2025:3705

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
23-002565-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a SvArt. 3a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs hennepkwekerij en stroomdiefstal

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het medeplegen van hennepkwekerij en diefstal van stroom. De verdachte werd ervan verdacht op of omstreeks 11 februari 2015 in Amstelveen hennepplanten te telen en stroom te stelen.

De advocaat-generaal had een taakstraf van 80 uur voorwaardelijk geëist, maar het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de verdachte als (mede)pleger aan te merken. Hoewel enige betrokkenheid uit het dossier bleek, was dit niet voldoende voor een veroordeling.

Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van een ander feit en sprak de verdachte vrij van de tenlasteleggingen onder 1 en 3. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met vrijspraak.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van medeplegen hennepkwekerij en stroomdiefstal.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002565-22
datum uitspraak: 18 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 september 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-706760-15 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland] ) op [geboortedag] 1973,
BRP-adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 december 2025.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van feit 2. Zijn hoger beroep is ook tegen die vrijspraak ingesteld en dat kan niet volgens de wet. Het hof zal het beroep tegen die vrijspraak daarom niet behandelen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep aan de orde – tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 11 februari 2015 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in het perceel [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 255 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
3.
hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2014 tot en met 11 februari 2015 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep – voor zover in hoger beroep aan de orde – zal worden vernietigd. De reden hiervoor is dat van het vonnis slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a Sv en het hof komt tot een andere beslissing.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Het hof is, met de verdediging, van oordeel dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Uit het procesdossier komt weliswaar enige betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij naar voren, maar naar het oordeel van het hof kan op basis daarvan de verdachte niet als (mede)pleger van het opzettelijk telen, bereiden, verwerken of aanwezig hebben van de hennep of van de diefstal van stroom in het perceel [adres 2] worden aangemerkt. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van hetgeen hem onder 1 en 3 ten laste is gelegd.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover in hoger beroep aan de orde – en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. R.D. van Heffen en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 december 2025.
mr. Van Heffen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]