ECLI:NL:GHAMS:2025:3706
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte
Het openbaar ministerie had in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene een geldbedrag van €104.749,74 zou worden ontnomen als wederrechtelijk verkregen voordeel. De politierechter had de betrokkene veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en diefstal, en het wederrechtelijk voordeel vastgesteld op €13.205,25, met een betalingsverplichting van €11.884,63 aan de Staat.
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen zowel de strafvonnis als de ontnemingsvordering. In het hoger beroep sprak het gerechtshof Amsterdam de betrokkene vrij van de tenlasteleggingen. Gevolg hiervan is dat het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaart in de ontnemingsvordering, omdat de strafrechtelijke grondslag voor ontneming ontbreekt.
Het arrest is gewezen na een terechtzitting op 4 december 2025, waarbij het hof kennisnam van de vordering van de advocaat-generaal en de pleidooien van de betrokkene en zijn raadsman. Het vonnis van de politierechter is vernietigd en het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van de betrokkene.