ECLI:NL:GHAMS:2025:414
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezamenlijk gezag en afwijzing schorsing tijdelijke zorgregeling
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland over het gezag en de zorgregeling voor twee minderjarige kinderen. De moeder verzocht om het gezamenlijk gezag over een van de kinderen te beëindigen en het omgangsrecht van de vader te ontzeggen, terwijl de vader het gezamenlijk gezag wilde behouden en de zorgregeling wilde handhaven.
Het hof oordeelde dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar verzoek tot beëindiging van het gezag over de oudste minderjarige, omdat dit verzoek nieuw is en niet in eerste aanleg is behandeld. Ten aanzien van het gezag over de jongste minderjarige bevestigde het hof het gezamenlijk gezag als uitgangspunt, ondanks het gebrek aan communicatie tussen de ouders en de onduidelijkheid over de verblijfplaats van de moeder en kinderen.
De tijdelijke zorgregeling waarbij de kinderen bij de vader verblijven, blijft gehandhaafd. De moeder heeft onvoldoende medewerking verleend aan onderzoeken en contactherstel, wat leidde tot voorlopige toewijzing van de kinderen aan de vader. Het verzoek tot schorsing van de werking van de tijdelijke zorgregeling werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag en wijst het verzoek tot schorsing van de tijdelijke zorgregeling af.