In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter in eerste aanleg vernietigd en opnieuw recht gesproken. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk en wederrechtelijk beschadigen van de voordeur van de woning van zijn ex-vriendin te Koog aan de Zaan op 25 april 2022.
Het hof baseerde zich op verklaringen van de aangeefster, getuigen, verdachte zelf, waarnemingen van verbalisanten en fotomateriaal. Er was geen aanwijzing dat verdachte toestemming had voor zijn handelen. De raadsvrouw voerde aan dat de wederrechtelijkheid niet vaststond, maar dit werd door het hof verworpen.
De verdachte werd bewezenverklaard schuldig aan vernieling. De strafbaarheid werd bevestigd omdat geen omstandigheden aannemelijk waren die strafuitsluiting rechtvaardigden. Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
Uiteindelijk legde het hof een onvoorwaardelijke geldboete van €150 op, subsidiair 3 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. De raadsvrouw had verzocht om een voorwaardelijke straf, maar het hof zag hier geen aanleiding toe.
Het arrest werd uitgesproken op 11 februari 2025 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.