In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 mei 2019. De verdachte werd beschuldigd van twee overtredingen gepleegd op 7 september 2017 te Vijfhuizen, gemeente Haarlemmermeer.
De eerste overtreding betrof een schending van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de tweede overtreding betrekking had op artikel 15, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Het hof kwalificeerde het bewezenverklaarde overeenkomstig deze artikelen.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep voor zover het oordeel aan het hof was onderworpen en deed in zoverre opnieuw recht. De verdachte werd strafbaar verklaard voor beide feiten, maar er werd geen straf of maatregel opgelegd voor het tweede bewezenverklaarde feit. Voor het eerste feit werd de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week.
De uitspraak werd gedaan door mr. K.J. Veenstra, in aanwezigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier.