ECLI:NL:GHAMS:2025:537
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en afwijzing benoeming bijzondere curator wegens belangen kinderen
Deze zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen heeft beëindigd en aan de moeder het eenhoofdig gezag heeft toegekend. De vader wenst het gezamenlijk gezag te behouden en verzoekt tevens om de benoeming van een bijzondere curator voor de kinderen.
De feiten tonen aan dat de ouders gescheiden zijn, de moeder en kinderen lange tijd in Marokko hebben gewoond en dat er sprake is van communicatieproblemen tussen de ouders. De kinderen hebben de vader de afgelopen jaren nauwelijks gezien en geven duidelijk aan dat zij niet willen dat hij het gezag behoudt. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling adviseren geen bijzondere curator te benoemen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen.
Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag niet uitvoerbaar is door de gebrekkige communicatie en de kwetsbare situatie van de kinderen. De wens van de kinderen om de vader geen gezag te geven, weegt zwaar. Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen omdat dit de kinderen onnodig zou belasten. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder en wijst het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator af.