ECLI:NL:GHAMS:2025:544
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontwikkelingsbedreiging
De zaak betreft de ondertoezichtstelling van een 12-jarige minderjarige, ingesteld door de kinderrechter Amsterdam op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De moeder is tegen deze maatregel in hoger beroep gegaan en verzocht om afwijzing of verkorting van de ondertoezichtstelling.
Tijdens de procedure heeft het hof de standpunten van de moeder, de raad, de gecertificeerde instelling en de vader gehoord. De moeder betwistte de noodzaak van de maatregel en verwees naar haar eerdere ervaringen met hulpverlening, terwijl de raad en GI de ondertoezichtstelling noodzakelijk achten vanwege zorgen over de opvoedcapaciteiten van de moeder en de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige.
Het hof oordeelde dat de gronden voor de ondertoezichtstelling aanwezig zijn en nog steeds gelden. Er is sprake van een onveilige thuissituatie, isolatie van de minderjarige door de moeder, en onvoldoende medewerking aan hulpverlening. Positieve ontwikkelingen zoals contact met ondersteunende instanties en het creëren van een time-out plek wegen niet op tegen de aanhoudende zorgen. Daarom werd de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd en het beroep van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en wijst het hoger beroep van de moeder af.