ECLI:NL:GHAMS:2025:594

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 maart 2025
Publicatiedatum
11 maart 2025
Zaaknummer
200.290.929
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:166 BWArt. 32 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake terugbetaling en wettelijke rente na vernietiging vonnis schermutseling

In deze civiele zaak ging het hoger beroep over een geschil tussen partijen naar aanleiding van een vonnis in eerste aanleg dat was vernietigd. Het hof had op 18 februari 2025 het vonnis waarvan beroep vernietigd en de vordering van de geïntimeerden afgewezen, met een veroordeling tot terugbetaling van door appellanten betaalde bedragen.

Appellanten verzochten het hof om het arrest aan te vullen door de veroordeling tot terugbetaling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en de betaling van wettelijke rente over het terug te betalen bedrag op te nemen, omdat het hof hierover niet had beslist. Geïntimeerden verzetten zich tegen dit verzoek, maar leverden geen inhoudelijk verweer.

Het hof oordeelde dat het verzoek toewijsbaar was omdat appellanten recht hadden op terugbetaling met wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot terugbetaling, en dat de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard moest worden. Het arrest van 18 februari 2025 werd dienovereenkomstig aangevuld.

Uitkomst: Het hof veroordeelt geïntimeerden tot terugbetaling van het betaalde bedrag met wettelijke rente en verklaart dit uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.290.929/01
zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland : 8450607 \ CV EXPL 20-3340
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 maart 2025
in de zaak van

1.[appellant 1] ,

wonende te [plaats] ,
2. [appellant 2] ,
wonende te [plaats] ,
appellanten in principaal appel,
geïntimeerden in incidenteel appel,
advocaat: mr. R. van den Berg te Haarlem,
tegen
1. [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [plaats] ,
geïntimeerden in principaal appel,
appellanten in incidenteel appel,
advocaat: mr. C.L. Mens te [plaats] .
Partijen worden hierna [appellanten] en [geïntimeerden] genoemd.
1.Verloop van de procedure
In deze zaak is op 18 februari 2025 eindarrest gewezen. Daarin heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de vordering van [geïntimeerden] jegens [appellanten] afgewezen en [geïntimeerden] veroordeeld tot terugbetaling van enig bedrag dat [appellanten] aan hen hebben betaald uit hoofde van het vonnis waarvan beroep, met kostenveroordeling.
Per e-mail van hun advocaat van 21 februari 2025 hebben [appellanten] het hof, zakelijk weergegeven, verzocht om met toepassing van artikel 32 Rv Pro het arrest van 18 februari 2025 aan te vullen door de veroordeling tot terugbetaling alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en op te nemen dat ook de wettelijke rente over dat terug te betalen bedrag moet worden betaald, nu zij dat wel hadden gevorderd maar het hof daarop niet heeft beslist.
[geïntimeerden] , daartoe door het hof in de gelegenheid gesteld, hebben per e-mail van hun advocaat van 4 maart 2025 op dit verzoek gereageerd en het hof verzocht het verzoek af te wijzen.
Daarna is arrest bepaald op heden.

2.Beoordeling

2.1
Het hof constateert dat [appellanten] in hoger beroep hebben gevorderd om [geïntimeerden] te veroordelen om al hetgeen [appellanten] ter uitvoering van het bestreden vonnis aan hen mocht hebben voldaan aan [appellanten] terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling, en dat de terugbetalingsverplichting uitvoerbaar bij voorraad zou worden verklaard. Het hof heeft in zijn arrest van 18 februari 2025 per abuis verzuimd op die vorderingen te beslissen.
Uit de bewoordingen van artikel 32 lid 1 Rv Pro volgt dat de rechter in een geval als dit desverzocht ‘te allen tijde’ tot aanvulling overgaat.
2.2
[geïntimeerden] hebben niet betwist dat [appellanten] een deel van het bedrag dat bij het bestreden vonnis was toegewezen hebben betaald, zodat gelet op de vernietiging van dat vonnis bij het arrest van 18 februari 2025 de vordering tot terugbetaling toewijsbaar was. Dat [appellanten] belang hebben bij uitvoerbaar bij voorraadverklaring van die beslissing vloeit uit de aard daarvan voort en [geïntimeerden] hebben daartegen ook geen verweer gevoerd. Zij voeren in de reactie op het aanvullingsverzoek slechts aan dat het hof niet verplicht is om het verzoek op dit punt in te willigen, maar dat is geen inhoudelijk verweer.
In die situatie is het verzoek tot aanvulling toewijsbaar als na te melden.
2.3.
Ook tegen de vordering tot betaling van de wettelijke rente is zowel in de procedure zelf als naar aanleiding van het aanvullingsverzoek geen verweer gevoerd. [appellanten] hebben in de periode tussen de betaling, waaraan naar inmiddels is gebleken de rechtsgrond ontbrak, en de terugbetaling niet kunnen beschikken over het betaalde bedrag. De wettelijke rente is de gefixeerde vergoeding voor de daaruit voortvloeiende schade. Ook op dit punt dient het verzoek dus te worden toegewezen als na te melden.

3.Beslissing

Het hof:
vult het arrest van 18 februari 2025 als volgt aan dat het dictum van het arrest van 18 februari 2025 na: “wijst af de vordering van [geïntimeerden] jegens [appellanten] ” luidt:
veroordeelt [geïntimeerden] tot terugbetaling van enig bedrag dat [appellanten] aan hen hebben betaald uit hoofde van het vonnis waarvan beroep, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der betaling tot aan de dag van terugbetaling en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
verstaat dat deze uitspraak, met vermelding van de datum daarvan ,zal worden gesteld op de minuut van het arrest van 18 februari 2025.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.F. Aalders, P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en M. Kremer en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.