ECLI:NL:GHAMS:2025:596
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding
Partijen zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake kinderalimentatie en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na ontbinding van hun huwelijk. De man is arbeidsongeschikt geraakt, waardoor zijn inkomen is gedaald. De vrouw vordert hogere kinderalimentatie en partneralimentatie, alsmede inzage in bankrekeningen.
Het hof stelt vast dat de man sinds september 2024 80% van zijn salaris ontvangt vanwege arbeidsongeschiktheid en onvoldoende zicht is op herstel. De draagkracht van de man wordt daarom lager vastgesteld dan de rechtbank had gedaan. De zorgkorting wordt vastgesteld op 15% vanwege het ontbreken van contact tussen de man en een van de kinderen.
De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €435 per kind per maand. Partneralimentatie wordt afgewezen wegens gebrek aan draagkracht. Het verzoek van de vrouw om inzage in bankrekeningen wordt afgewezen wegens onvoldoende concrete aanwijzingen van benadeling van de gemeenschap. De motor wordt aan de man toegewezen tegen een waarde van €1.100, waarbij hij €550 aan de vrouw dient te betalen. De overige beslissingen van de rechtbank worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op €435 per kind per maand en wijzigt de motorverdeling, overige beslissingen worden bekrachtigd.