Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1. De zaak in het kort
2. Het verloop van het geding
3. Feiten
“Temporary Tenancy Agreement For Residential Accommodation”, luidt als volgt, voor zover van belang:
Rented object, designated use
hof) will let to the tenant, as the tenant will rent form the landlord, the self-contained residential accommodation (…) residing at
[straat 2] , [postcode 2] [plaats 3] , the Netherlands. (…)
1700
“Novation and substitution agreement”. Krachtens deze overeenkomst is [eiser 2] in de plaats gekomen van [naam 1] . [eiser 2] heeft de overeenkomst gesloten ten behoeve van haar dochter [eiser 1] en [naam 3] (hierna: [naam 3] ). Zij hebben per 1 september 2022 de woonruimte betrokken.
Lodgement Agreement”. Deze overeenkomst luidt als volgt, voor zover van belang:
hof) may lodge with the occupier ( [gedaagde] ,
hof).
Notice of Arbitration” opgesteld waarin staat dat overeenkomstig artikel 12.3 van de hiervoor onder 3.1 weergegeven overeenkomst een arbitrageprocedure wordt gestart jegens [eisers] met als inzet het vorderen van schadevergoeding. De
Notice of Arbitrationluidt voor zover van belang als volgt:
hof) breach, and/or threatened breach, of her obligations under a contract entered into on 29 July 2022, and acceded to by the Respondent on 1 September 2022 by way of novation. The breaches known to the Claimant at the moment of this Notice of Arbitration filing include, but may not be limited to:-
hof).
1.Background to the Final Award
2.Final Award/Judgment of the Tribunal
€633,772before interest. The Claimant is entitled to statutory interest, that being 8 percentage points over the Bank of England’s base rate of 4%, the total being 12%, to run from January 2023 until the moment that the Award/Judgment debt is paid by the Respondents to the Claimant.
€15,000for six months’ periodic payments. The Tribunal is aware of the rule as against double recovery, and this sum is not meant to compensate the Claimant for his loss of income from the July contract, but for the time and effort it has taken him to deal with the matter. This sum is solely payable by the Respondent [eiser 2] , as [eiser 1] does not appear to have had any part in procuring [naam 3] ’s breach of contract. The Claimant is entitled to statutory interest, that being 8 percentage points over the Bank of England’s base rate of 4%, the total being 12%, to run from January 2023 until the moment that the Award/Judgment debt is paid by the Respondents to the Claimant. (…)
4. Conclusions
4. De vordering
Notice of Arbitrationslechts beperkt van omvang is. Dat de arbitrale vonnissen in strijd zijn met de openbare orde blijkt volgens [eisers] ook uit het feit dat de uitkomst van de arbitrage is dat zij ruim € 600.000,- dienen te betalen zonder dat is gebleken dat [gedaagde] een dergelijk bedrag heeft gevorderd of dat het geschil tussen partijen een dermate hoog bedrag als uitkomst van de arbitrage rechtvaardigt. Daarbij komt dat [gedaagde] zijn vorderingen niet heeft onderbouwd met deugdelijke stellingen en verifieerbare stukken. Dat maakt dat de arbitrale vonnissen niet deugdelijk zijn gemotiveerd. Er wordt meer toegewezen dan is gevorderd. Ten slotte is niet gebleken van een arbitragereglement ten behoeve van het voeren van de procedure. [eisers] stellen dat [gedaagde] zelf de procedureregels bepaalt. Dit blijkt volgens hen hieruit dat [gedaagde] in de Notice of Arbitration onder
“X. Immediate Procedural Matters”bepaalt dat [eisers] zich vóór 23 januari 2023 om 12.00 uur zouden moeten melden en vóór 17.00 diezelfde dag van antwoord zouden moeten indienen. Deze reactietermijn is onredelijk kort en in strijd met de eisen van een goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor. [eisers] menen dat [gedaagde] en de arbiter één en dezelfde persoon zijn. Dit blijkt volgens hen uit het volgende. [gedaagde] heeft via WhatsApp aan [eiser 2] op 21 januari 2023 het volgende geschreven:
“Hi [naam 9] , as you can see, the Tribunal has held that you have terminated the contract by breaching it, and issued an order for your eviction effective immediately.”Hoewel aan [eiser 2] een termijn is gegund tot 23 januari 2023 te 17.00 uur om van antwoord te dienen, is [gedaagde] reeds op 21 januari 2023 kennelijk op de hoogte van een uitspraak van de arbiter waarin is geoordeeld dat [eiser 2] bepalingen van de overeenkomst van 29 juli 2022 heeft geschonden.
“a sort of foster parent”voor zijn dochter en [eiser 1] zou zorgen, dat termen die in de tussen partijen gesloten overeenkomst gebruikt zijn zoals ‘landlord’ en ‘tenant’ uitsluitend zijn gebruikt uit overwegingen van efficiëntie en daarmee nadrukkelijk niet is bedoeld een huurovereenkomst te sluiten. Ook staat daarin dat [eisers] ermee hebben ingestemd dat een eventueel geschil tussen partijen door middel van arbitrage zou worden beslecht en dat Engels recht van toepassing zou zijn. De relatie tussen partijen is dan ook niet aan te merken als een relatie van huur en verhuur van woonruimte als bedoeld in Titel 7.4 BW. [gedaagde] biedt zo nodig nader bewijs daarvan aan.
.Uitgaande van de geldigheid van de arbitrageovereenkomst is het hof bevoegd kennis te nemen van de vordering tot vernietiging van de arbitrale vonnissen aangezien de plaats van de arbitrageprocedure is gelegen in [plaats 4] (artikel 1064a lid 1 Rv). Omdat de plaats van de arbitrageprocedure in Nederland is gelegen, zijn de bepalingen van de Eerste Titel van het Vierde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikelen 1020 tot en met 1073 Rv) van toepassing (artikel 1073 lid 1 Rv Pro).
Notice of Arbitrationen is hen een onredelijk korte termijn gegund om daarop te reageren waarna zij vrij snel met het arbitraal vonnis van 24 januari 2023 zijn geconfronteerd. Nadat de Ierse advocaat tegen deze gang van zaken had geprotesteerd en de huidige - Nederlandse - advocaat van [eisers] de hiervoor onder 3.8 weergegeven brief aan [gedaagde] had geschreven, zijn [eisers] in kennis gesteld van het arbitraal vonnis van 22 februari 2023 waarbij de claim van [gedaagde] jegens [eisers] is toegewezen tot een bedrag van ruim € 600.000,-. Daarbij valt op dat dit arbitraal vonnis meer dan 26 pagina’s beslaat terwijl de
Notice of Arbitrationslechts een omvang heeft van 4 pagina’s. Naast deze ongerijmdheid is gebleken dat de gegevens van de arbiter non existent zijn: het opgegeven e-mailadres is niet bereikbaar en op het opgegeven adres [straat 3] , [postcode 4] te [plaats 4] blijkt geen arbitrage instituut te zijn gevestigd. Evenmin is gebleken van een registratie van een arbiter met de naam [naam 7] op genoemd adres. Blijkens de stukken is op dit adres ingeschreven [naam 8] met haar onderneming [bedrijf] terwijl diezelfde Borst in de overeenkomst van 29 juli 2022 samen met [gedaagde] is vermeld als ‘beheerder’ van de woonruimte. [gedaagde] die met deze feiten en omstandigheden is geconfronteerd ter zitting, heeft hiervoor geen plausibele verklaring gegeven. Evenmin heeft hij een aannemelijke verklaring gegeven waarom geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ten overstaan van de arbiter, vooral nadat [eisers] bij de hiervoor onder 3.7 en 3.8 weergegeven brieven het bestaan van de arbiter ernstig in twijfel hadden getrokken. Naar het oordeel van het hof roept deze gang van zaken zodanige ernstige twijfels op omtrent het bestaan van de arbiter dat het, de overige omstandigheden mede in aanmerking genomen, onaanvaardbaar is om van [eisers] te vergen dat zij zich bij het arbitrale vonnis van 22 februari 2023 met inbegrip van het daaraan voorafgegane arbitrale vonnis van 24 januari 2023 neerleggen. Daarbij speelt mede een rol artikel 12.3 van de overeenkomst waarin is bepaald dat uitsluitend [gedaagde] (de persoon van) de arbiter bepaalt, en de vraagtekens rondom het bestaan van de persoon van de arbiter, diens onafhankelijkheid en onpartijdigheid, alsmede zijn optreden jegens [eisers] zoals hiervoor beschreven. Dit oordeel wordt nog verder versterkt door de omstandigheid dat [gedaagde] op 21 januari 2023 aan [eiser 2] had geschreven dat de arbiter al had geoordeeld dat zij bepalingen van de overeenkomst van 29 juli 2022 had geschonden terwijl zij tot 23 januari 2023 te 17.00 uur de tijd had om van antwoord te dienen en dat eerst daarna een uitspraak van de arbiter kon worden verwacht. Ook het feit dat de arbitrale vonnissen grote gelijkenis vertonen wat betreft opmaak, zinsbouw en taalgebruik met de
Notice of Arbitrationvan [gedaagde] , draagt bij aan dit oordeel. De stelling van [gedaagde] dat [naam 11] als arbiter is vastgesteld door een notaris in [plaats 5] , leidt niet tot een ander oordeel omdat uit het document waarnaar [gedaagde] in dit verband verwijst niet volgt dat de daarin genoemde ‘ [naam 12] ’ is opgetreden als arbiter in de onderhavige arbitrageprocedure. Uit het vorenoverwogene volgt dat de arbitrale vonnissen tot stand zijn gekomen op een wijze die in strijd is met de openbare orde. Dat betekent dat de arbitrale vonnissen voor vernietiging in aanmerking komen. Gelet hierop behoeven de overige stellingen van partijen geen bespreking.