Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.De omvang van het geschil
4.De beoordeling
NJ2004/410 en HR 19 januari 2007,
NJ2007, 59). De rechter mag bij zijn uitleg van de veroordeling maatstaven van redelijkheid en billijkheid hanteren (HR 20 mei 1994,
NJ1994/652).
(…)
tukken de aktes opmaakt (dus n(i)
et obv een samenvatting/ uitttreksel.
Op 16 november 2023 hebben wij de documenten ontvangen, en op 17 november 2023 het wijzigingsverzoek bij de bank gedaan.”. Uit het hiervoor geschetste overzicht volgt dat de notaris de conceptakte op 16 november 2023 aan partijen ter beschikking heeft gesteld. Aannemelijk is dus dat “de documenten” waar de hypotheekadviseur over spreekt (mede) deze akte inhield. Uit het hierboven uitgewerkte overzicht volgt verder dat de notaris al op 20 oktober 2023 van de man de opdracht kreeg om de conceptakte op te stellen. Uiteindelijk is de notaris pas op 9 november 2023 met die akte aan de slag gegaan, maar dit kan niet aan de man worden verweten. Daartoe is van belang dat de notaris in het mailbericht van 19 oktober 2023 aan de advocaat van de vrouw al vroeg om een kopie van de verdelingsuitspraken te krijgen, maar dat de advocaat van de vrouw schreef dat haar dat niet nodig lijkt, en haar cliënte dat ook niet wil. Toen de man op 7 november 2023 weer contact opnam met de notaris, heeft de notaris aan hem laten weten dat zij de verdelingsuitspraken nog niet had ontvangen, dus ondanks haar eerdere verzoek aan de advocaat van de vrouw. De man heeft daarop de verdelingsuitspraken alsnog op 9 november 2023 aan de notaris toegezonden, Pas daarna is deze met het opstellen van de akte begonnen. Deze vertraging kan niet aan de man worden verweten. Het verzoek om een kopie van de verdelingsuitspraken te mogen krijgen, was primair gericht aan de advocaat van de vrouw. Deze heeft daar afwijzend op gereageerd, en daarna heeft noch de notaris, noch de advocaat van de vrouw daar tot 7 november 2023 verdere actie op ondernomen. Toen de notaris op 7 november 2023 nogmaals om de verdelingsuitspraken vroeg, heeft de man deze twee dagen later aan de notaris gestuurd, waarna de notaris een aanvang met zijn werkzaamheden heeft genomen.
(…),
(…),
(…)
(…)
(…)
(…)
(…)
(…)
5.3 Bezwarende verplichtingen en BKR-codes:
€ 10.000,- zo spoedig mogelijk door de deurwaarder aan de man zou laten uitbetalen, en dat het restant van € 4.393,79 aan de vrouw zou worden uitbetaald ter zekerheid van eventueel verhaal van mogelijk verbeurde dwangsommen. Nu het hof tot het oordeel komt dat de man geen dwangsommen heeft verbeurd, zal de vrouw dit bedrag aan de man terug moeten betalen. Hetzelfde geldt voor eventuele andere bedragen die de vrouw uit hoofde van het door haar gelegde loonbeslag ten laste van de man zou hebben geïnd. Dit deel van de vordering van de man zal dus toegewezen worden.