ECLI:NL:GHAMS:2025:655
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.A.C. Koster
- A.R.O. Mooy
- A.W.T. Klappe
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter van de rechtbank Noord-Holland op 3 juni 2022. De dagvaarding werd op 22 maart 2022 persoonlijk betekend. Tegen dit vonnis stelde de verdachte geen tijdig hoger beroep in, aangezien het hoger beroep pas op 22 november 2022 werd ingediend, terwijl de wettelijke termijn veertien dagen bedraagt.
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep op 4 februari 2025. De advocaat-generaal vorderde dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens het niet tijdig instellen van het hoger beroep. Het hof nam deze vordering over en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters, en werd uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van 4 februari 2025.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet tijdig instellen daarvan.