ECLI:NL:GHAMS:2025:661
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag mentor en bewindvoerder; zus opnieuw benoemd
De zaak betreft het hoger beroep van de zus van betrokkene tegen de beschikking van de kantonrechter die haar ontsloeg als mentor en haar verzoek om benoeming als opvolgend bewindvoerder afwees. Betrokkene, geboren in 1956, lijdt aan een schizo-affectieve stoornis en heeft sinds 2016 een bewindvoerder. Na een herseninfarct in 2020 verblijft betrokkene sinds november 2023 in de woning van de zus, die intensieve zorg verleent.
De kantonrechter had de zus ontslagen als mentor en een opvolgend mentor benoemd, en het verzoek van de zus om bewindvoerder te worden afgewezen. Het hof oordeelt dat er geen gewichtige redenen zijn voor het ontslag van de zus als mentor. De zorg door de zus is professioneel, liefdevol en heeft geleid tot een positieve ontwikkeling van betrokkene, zoals bevestigd door huisarts, fysiotherapeut en Veilig Thuis.
Ook wijst het hof het verzoek van de zus toe om benoemd te worden tot bewindvoerder. De samenwerking tussen de huidige bewindvoerder en de zus is verstoord, en het is in het belang van betrokkene dat de zus deze rol op zich neemt. De beschikking van de kantonrechter wordt vernietigd en de zus wordt per 1 mei 2025 benoemd tot mentor en bewindvoerder. De huidige mentor en bewindvoerder worden per die datum ontslagen.
Uitkomst: Het hof herstelt de zus als mentor en benoemt haar tevens tot bewindvoerder per 1 mei 2025.