Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
- de vader een bijdrage in de kosten van de kinderen aan haar dient te betalen van € 739,- per maand, met ingang van 5 april 2023 tot 1 januari 2024, en een bijdrage van € 639,- per maand met ingang van 1 januari 2024, althans enig ander bedrag dat het hof in goede justitie juist acht;
- de bijdrage in de kosten van de kinderen met ingang van 1 januari 2025 ieder jaar geïndexeerd dient te worden overeenkomstig artikel l:402a BW;
- beide ouders op eerste verzoek van de ander mee dienen te werken aan opheffing van de kinderrekening.
- de vader met ingang van 5 april 2023 tot 1 januari 2024 een bijdrage van € 676,- per maand op de kinderrekening dient de voldoen en een bijdrage aan de moeder van € 20,- per maand, en dat hij vanaf 1 januari 2024 een bijdrage van € 646,- per maand op de kinderrekening dient te voldoen en een bijdrage aan de moeder van € 67,- per maand, althans enig ander bedrag dat het hof in goede justitie juist acht;
- de bijdragen op de kinderrekening en aan de moeder met ingang van 1 januari 2015 ieder jaar geïndexeerd dienen te worden overeenkomstig artikel 1:402a BW.
5.De motivering van de beslissing
- de voorjaarsvakantie: in de oneven jaren bij de moeder verblijven en in de even jaren bij de vader;
- de meivakantie: in de oneven jaren de eerste week van de vakantie bij de vader verblijven en de tweede week van de vakantie bij de moeder en in de even jaren het omgekeerde geldt;
- de zomervakantie: in de oneven jaren de eerste twee weken van de vakantie bij de moeder verblijven en de vierde en vijfde week van de vakantie bij de vader en in de even jaren het omgekeerde geldt, waarbij ieder jaar in de derde en de zesde week van de zomervakantie de reguliere regeling doorloopt;
- herfstvakantie: in de oneven jaren bij de moeder verblijven en de even jaren bij de vader;
- de kerstvakantie: in de oneven jaren de eerste week van de vakantie bij de vader verblijven en de tweede week van de vakantie bij de moeder en in de even jaren het omgekeerde geldt.