De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die haar verzoek tot wijziging van de zorgregeling en kinderalimentatie afwees. De ouders zijn in 2006 gehuwd en in 2023 gescheiden, met twee minderjarige kinderen. Het ouderschapsplan regelt de zorgverdeling en een kinderrekening voor kostenverdeling.
De moeder verzocht om een uitgebreidere zorgregeling en een hogere bijdrage van de vader in de kosten van de kinderen. De vader was het eens met de rechtbankbeschikking. Het hof overwoog dat de huidige zorgregeling goed functioneert en dat geen belang was bij uitbreiding van de zorgregeling met extra overnachtingen. Wel werd de vakantieregeling nader uitgewerkt om toekomstige discussies te voorkomen.
Ten aanzien van de kinderalimentatie oordeelde het hof dat de in het ouderschapsplan opgenomen afspraken nietig zijn omdat zij ten nadele van de kinderen afwijken van de wettelijke maatstaven. Het hof stelde een nieuwe alimentatiebijdrage vast van €236 per kind per maand, ingaande 1 januari 2024, met jaarlijkse indexering. De kinderrekening wordt opgeheven en de vader mag reeds betaalde bedragen in mindering brengen op de vastgestelde alimentatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.