ECLI:NL:GHAMS:2025:698
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2022. Tijdens de terechtzitting op 6 maart 2025 heeft het hof kennisgenomen van de mededeling van de raadsman van verdachte dat het hoger beroep niet wordt gehandhaafd. Hierdoor worden de eerder opgegeven bezwaren door verdachte ingetrokken.
De advocaat-generaal had verzocht om niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het hoger beroep. Het hof oordeelde dat, gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij nadere behandeling, verdachte niet-ontvankelijk verklaard moet worden.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 6 maart 2025. Van Es was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet-handhaven daarvan.