ECLI:NL:GHAMS:2025:7
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over gezamenlijk gezag, hoofdverblijfplaats en alimentatie na echtscheiding
In deze zaak staat het gezag over de minderjarige, de hoofdverblijfplaats en de alimentatieverplichtingen centraal na de ontbinding van het huwelijk van partijen. De rechtbank had het gezag aan de moeder toegekend en alimentatiebedragen vastgesteld, maar de vader ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind zich niet verzet tegen gezamenlijk gezag en bevestigt de hoofdverblijfplaats bij de moeder. De zorgregeling wordt aangepast in overeenstemming met de wensen van partijen, waarbij de minderjarige deels bij de vader verblijft. De vader wordt verplicht de helft van de schuld aan de belastingdienst betreffende de kinderopvangtoeslag te betalen.
Ten aanzien van alimentatie wijzigt het hof de bedragen: de vader moet € 740 per maand kinderalimentatie betalen met ingang van 22 mei 2023 en € 139 bruto per maand partneralimentatie vanaf 4 juni 2024. Het hof verwierp het ontvankelijkheidsverweer van de moeder en stelde de draagkracht en behoefte van partijen vast aan de hand van hun inkomsten en wettelijke normen.
Uitkomst: Het hof stelt gezamenlijk gezag vast, bepaalt de hoofdverblijfplaats bij de moeder, wijzigt de zorgregeling en legt kinderalimentatie van € 740 en partneralimentatie van € 139 bruto per maand op aan de vader.