ECLI:NL:GHAMS:2025:840
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewind wegens afwezigheid noodzaak voortzetting
Betrokkene had sinds maart 2020 een bewind over zijn goederen vanwege een gokverslaving en financiële problemen. Het bewind werd ingesteld op zijn eigen verzoek en beheerd door een bewindvoerder die een schuldhulpverleningstraject startte.
Na het beëindigen van dit traject in juli 2023 is betrokkene schuldenvrij en kan hij zijn uitgaven beheersen met een budgetplan. Zijn dochter is bereid en in staat om hem te ondersteunen bij het financieel beheer.
De kantonrechter wees het verzoek tot opheffing van het bewind af, maar het hof oordeelt dat de noodzaak voor het bewind niet langer bestaat. Het vermoeden van een terugkerende gokverslaving is onvoldoende onderbouwd. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en heft het bewind op, met voorwaarden voor de afwikkeling door de bewindvoerder.
Uitkomst: Het hof heft het bewind op omdat de noodzaak voor voortzetting niet langer bestaat.