ECLI:NL:GHAMS:2025:85
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige in belang van verzorging en opvoeding
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds vijf dagen na haar geboorte uit huis is geplaatst vanwege veiligheidszorgen bij de moeder. De moeder is het niet eens met de verlenging en verzoekt om terugplaatsing, stellende dat zij voldoende opvoedvaardigheden bezit en dat het contact met haar onvoldoende frequent is om haar vaardigheden te bewijzen. De gecertificeerde instelling (GI) en de rechtbank zijn van oordeel dat verlenging noodzakelijk is omdat de ouders niet in staat zijn de verzorging en opvoeding adequaat te bieden en de minderjarige na contactmomenten ontregeld gedrag vertoont.
Tijdens de zitting is gebleken dat de moeder positieve stappen heeft gezet, zoals het afronden van een traumabehandeling en het starten met EMDR-therapie, maar deze ontwikkeling is nog te pril om terugplaatsing verantwoord te achten. Kenter Jeugdhulp en de GI uiten zorgen over het zelfinzicht en de leerbaarheid van de ouders, en adviseren terugplaatsing af te wijzen vanwege de risico's voor de ontwikkeling en veiligheid van de minderjarige. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert onderzoek naar het ontregelde gedrag en benadrukt het belang van het creëren van basisveiligheid.
Het hof bevestigt dat de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd moet worden tot 19 juli 2025, omdat dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Het verzoek van de moeder tot terugplaatsing wordt afgewezen. Het hof benadrukt dat nader onderzoek naar het gedrag van de minderjarige na contactmomenten met de ouders moet plaatsvinden en dat het opgroeiperspectief momenteel bij het pleeggezin ligt.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 19 juli 2025 en het verzoek tot terugplaatsing wordt afgewezen.