ECLI:NL:GHAMS:2025:866
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis in hoger beroep inzaak invoer cocaïne met strafmaatoverweging
In deze strafzaak stond de invoer van ruim 1.600 gram cocaïne centraal. De verdachte werd door de rechtbank Noord-Holland veroordeeld en stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 11 maart 2025 heeft het hof de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging gehoord. De verdediging voerde aan dat er strafverlagende persoonlijke omstandigheden waren die een voorwaardelijke straf rechtvaardigen, afwijkend van de standaard oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).
Het hof heeft echter geoordeeld dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om af te wijken van de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf. Het vonnis van de rechtbank wordt daarom bevestigd, met een aanvullende strafmaatoverweging waarin dit standpunt wordt toegelicht.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 25 maart 2025. Een van de rechters was verhinderd het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf opgelegd door de rechtbank zonder strafvermindering.