Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
.
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 14 januari 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een driejarige minderjarige en de zorgregeling met de moeder. De rechtbank had eerder de machtiging verlengd tot 28 april 2025 en de omgang tussen de minderjarige en de moeder opgeschort, terwijl omgang met de vader geheel was uitgesloten. De gecertificeerde instelling (GI) kreeg de regie over de omgang.
De moeder was het niet eens met de verlenging van de machtiging en de opschorting van de omgang, en verzocht om een deskundigenonderzoek. De vader steunde het hoger beroep van de moeder en verzocht om wekelijkse begeleide omgang met de minderjarige. De GI verzocht de beschikking te bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat de verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, gelet op eerdere blootstelling aan emotionele verwaarlozing en huiselijk geweld, en het ontbreken van voldoende verbetering in de thuissituatie. Het verzoek tot deskundigenonderzoek werd afgewezen vanwege een lopend onderzoek naar gezagsbeëindiging. De omgang met de moeder blijft opgeschort vanwege de stress en spanningen die dit veroorzaakt, terwijl omgang met de vader voorlopig niet wordt vastgesteld vanwege de spanningen tussen ouders en de wens van de vader dat de moeder ook aanwezig is. De GI blijft regie voeren over de omgang.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees de verzoeken van moeder en vader in hoger beroep af.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en de zorgregeling worden bekrachtigd, omgang met de moeder blijft opgeschort en de GI blijft regie voeren.