ECLI:NL:GHAMS:2025:904
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klacht tegen medewerker gerechtsdeurwaarderskantoor niet-ontvankelijk wegens ontbreken tuchtrechtelijke bevoegdheid
Geïntimeerde diende een klacht in tegen het gerechtsdeurwaarderskantoor vanwege het voortzetten van een incasso-opdracht na intrekking en het niet reageren op communicatieverzoeken. De klacht was mede gericht tegen appellant, die destijds als medewerker werkzaam was, maar nog niet als kandidaat-gerechtsdeurwaarder was benoemd.
In eerste aanleg werd appellant berispt en veroordeeld in de proceskosten. In hoger beroep stelde appellant dat hij tijdens de periode van de verweten gedragingen niet als (kandidaat-)gerechtsdeurwaarder werkzaam was en daarom niet aan het tuchtrecht onderworpen kon zijn.
Het hof oordeelde dat appellant inderdaad pas na de relevante periode als kandidaat-gerechtsdeurwaarder was toegevoegd en beëdigd. Op grond van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn alleen gerechtsdeurwaarders en aanverwante functies aan tuchtrechtspraak onderworpen. Daarom verklaarde het hof de klacht niet-ontvankelijk en vernietigde de eerdere maatregel en kostenveroordeling.
Uitkomst: De klacht tegen de medewerker is niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet onder het tuchtrecht viel tijdens de verweten gedragingen.