De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Alkmaar waarin de man werd verplicht €749 per maand kinderalimentatie te betalen voor twee kinderen. De man betwistte zijn draagkracht en stelde dat hij slechts €50 per maand kon betalen. Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Nederlands recht van toepassing is.
Tijdens de zitting werd een contactregeling overeengekomen waarbij de man wekelijks via beeldbellen contact heeft met de kinderen, inclusief op verjaardagen en feestdagen. De ingangsdatum van de alimentatie werd vastgesteld op 18 maart 2024, omdat niet kon worden vastgesteld wanneer de man bekend werd met de procedure.
De behoefte van de kinderen is vastgesteld op €540 per maand, maar de draagkracht van de man is beperkt tot €50 per maand. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de alimentatie vast op €50 per maand met ingang van 18 maart 2024. Het verzoek tot schorsing van de beschikking werd afgewezen. Tevens werd bepaald dat eventuele teveel betaalde alimentatie niet teruggevorderd kan worden van de vrouw gezien haar financiële situatie en het bewind over haar goederen.